Categorieën
Interview

Interview met Klaus Verscheure


Interview met KLAUS
VERSCHEURE (1968), Kortrijk, winter 2019.
*Interview in opdracht van
www.de-lage-landen.com
*Expo in Kusseneers (Brussel) nog t.e.m. nu zaterdag 22/6 
*Zaterdag 6 juli artist talk met Dirk De Wachter in Kusseneers
Kunstenaar Klaus Verscheure doen kiezen tussen
films regisseren of schilderen, doe je niet. Beide kunstuitingen vullen elkaar
aan en houden vooral binnen hemzelf het vuur brandend.

(foto: Saskia Vanderstichele)

Hilde Van Canneyt: Beste Klaus, in ’89 studeerde je af aan het RITCS in
Brussel, richting animatiefilm. Een vijftal jaar later begon je als freelance
regisseur te werken voor verschillende Tv-series.
Klaus Verscheure: Ik heb inderdaad een pak fictiereeksen
geregisseerd, maar dit soort televisiewerk is iets wat ik nog amper doe. Ik ben
nu hoofdzakelijk bezig met het realiseren van audiovisuele projecten voor
musea. Dit deel van de markt sluit beter aan bij de artistieke wereld waarin ik
me beweeg.
HVC: Voor je artistieke oeuvre werk je vaak samen met muzikanten. Zo was er
bijvoorbeeld de samenwerking met Stuart A. Staples van Tindersticks. Hoe komt
iemand uit België bij zo’n muzikant met wereldfaam terecht?
KV: Tijdens het
schrijven van een scenario, hoor ik er altijd muziek bij. Voor een project had
ik een shortlist van muzikanten
waarmee ik wilde werken, met op de eerste plaats Nick Cave. Ook Tindersticks en
Damien Rice stonden daarop. Cave polsen was zo een beetje vragen of God uit de
hemel neerdaalt en je de hand schudt. (lacht) Damien Rice wou samenwerken, maar
mocht niet van z’n platenfirma. Zo was ik gemotiveerd om Stuart A. Staples te
contacteren en mijn scenario door te sturen. Na enkele weken kreeg ik een mail
van  hem. We belden, spraken af en hadden
direct een match. En zo geschiedde … We hebben veel projecten samen gedaan en
dat heeft geleid tot een langdurige vriendschap. Hij heeft de soundtracks voor
mijn video-installaties voor het In Flanders Fields museum en C-Mine gemaakt. 

 HVC: Maar erna heb je hem bedrogen met Tom McRae. (knipoogt)
KV: (lacht) Ik had Stuart gevraagd om de
muziek te maken voor één van mijn eigen video-installaties, 14EMOTIONS/Allegoria Via Dolorosa, maar
hij wou er niet aan beginnen vooraleer de video af was. In diezelfde periode
hadden wij samengewerkt met Tom McRae voor een pilootaflevering voor een
televisieproject. Tussen Tom en mij klikte het heel goed en daarom vroeg ik hem
of hij zin had om de muziek te schrijven. Ik voelde dat hij zou begrijpen wat ik
wou vertellen. Ik heb hem mijn storyboards gegeven en zo goed mogelijk proberen
uit te leggen hoe ik de 14 emoties voelde. Tom was enthousiast. Het resultaat
was adembenemend. We hebben de video-installatie al meerdere keren
tentoongesteld met de live-performance van de soundtrack door het Spectra
Ensemble. De installatie is een hedendaagse interpretatie van de katholieke
kruisweg, maar ontdaan van de religieuze inhoud.
Adam&Eve/Eve&Adam  is
een
andere
video-installatie van mij met muziek die Tom schreef. Op de één of andere
manier blijf ik
aan de bijbel vasthangen wat betreft mijn
video-installaties. Dit blijft een onuitputtelijke bron. Nochtans is het
religieuze een wereld die ver van mij vandaan staat.
Tegelijk is het christendom
één van de fundamenten in Europa en dus ook van mijn opvoeding.
De bijbel is een boek vol
gruwel, dat ondanks die gruwel, gedurende eeuwen de normen oplegde over hoe we
moeten leven. Dat is iets wat ik niet kan begrijpen en dat blijft me ontzettend
fascineren
. Mijn video-installatie Adam&Eve/Eve&Adam is een verstilde video die gaat over
psychologisch geweld met Eva
als de mindere, de vrouw als ondergeschikte, zoals
bepaald door het instituut kerk.
In mijn video wordt Adam Eva en omgekeerd: weg met rollenpatronen, weg
met gender.
HVC: Hoe moet ik dat zien, zo’n film construeren? Teken je dat eerst uit?
En onderwijl zoek je naar acteurs, dansers, muziek  … ?
KV: Ik denk sowieso in
beelden, maar ik werk het wel eerst uit. Ik maak er een scenario
en een minutieus draaiboek van. Doordat ik
animatiefilm volgde, teken ik nogal snel storyboards. 
Het helpt ook om het zo aan de crew uit te leggen.
Ik weet op de set heel erg goed wat ik wil en hoe ik het wil. Ik zoek inderdaad
acteurs die kunnen uitvoeren wat in mijn hoofd zit. Het zijn daarom niet
noodzakelijk beroepsacteurs, maar het kunnen evengoed (dikwijls zelfs) dansers
zijn. Ook wat betreft de muziek kan ik uitleggen hoe ik wil dat iets voelt. Ik
heb ideeën over instrumentatie en over groots of klein, maar vertrouw daarna
heel erg op de componist. Uiteindelijk is het teamwork. Als team werken is het
allerbelangrijkst, waar ik als kunstenaar het team leidt. 
HVC: Wanneer je schildert, heb je direct resultaat. Als je een film maakt,
ben je al snel een (half) jaar bezig. Ze staan heel erg naast elkaar qua
werkwijze, denk ik.
KV: Schilderen is heel erg
individueel. Daarvoor ben ik afgesloten van de wereld in mijn atelier bezig. Want
video’s maken doe je met een hele ploeg. Om te schilderen heb je ook niet
zoveel nodig: verf, papier, doek, … Een video-installatie construeren is al
snel een heel dure aangelegenheid, toch deze die ik creëer. Ik heb een setting
nodig: acteurs, make-up, kledij, cameramensen, licht, …
HVC: Je kreeg in 2008 de vraag van het Broelmuseum in Kortrijk om een werk
te maken rond de expo ’58.
KV: Ik heb toen een foto
van die tijd opnieuw gemaakt.
Uiteindelijk ging het mij er om met hedendaagse
technieken, een kopie te maken van de originele foto.
Ik heb een modefoto
gekozen, deze ingescand en omgezet in 3D, omdat ik geen verhoudingen had. Ik
wist alleen hoe groot de vloertegels waren. Zo
kon ik vaststellen dat de mannequin 1,63
meter lang was en op welke hoogte de camera stond. Ik zocht een mannequin die
erop leek en
liet het kleed en de stoel namaken. Dat proces heb ik
gefilmd en op de expo hing de foto met ernaast een video.
Iemand van Erfgoed
Vlaanderen had dit gezien, kwam naar mijn atelier en vroeg me voor een solo in
Fort Napoleon in Oostende. Ik toonde er werk onder de noemer Holiday
Greetings
. Dat was in 2009. Erna had ik plots een galerie in Amsterdam, het
jaar erna hing ik in New York.

 HVC: Je geschilderde ‘portretten’ zijn nooit ‘zomaar’ portretten … Je
zoekt geen voor de hand liggende schoonheid. Beter gezegd: ik vermoed een duistere
schoonheid. Gruwel en geweld zijn soms niet ver weg.
KV: Ik kan niet
eenvoudigweg portretten schilderen als er geen verhaal bij is.
Wel is het zo dat slechts het
verhaal voor mij belangrijk is. Ik hoef het niet meer noodzakelijk aan de
buitenwereld te vertellen.
In de reeks Smiling Faces, heeft
elke beeltenis die titel, maar met een nummer erbij. Het zijn portretten van
misdadigers, maar eigenlijk hoeven we dat niet te weten. Als iemand komt
kijken, heeft hij het achtergrondstory niet nodig.
HVC: Voor ons is het niet belangrijk te weten  wie die afgebeelde personen zijn?
KV: Neen.
HVC: Vanwaar de titel Smiling Faces?
KV: Ik hoop dat we
ooit terug de glimlach op hun gezicht zien.
HVC: Ik las dat je veelal schildert wat-net-is-gebeurd. Letterlijke en
figuurlijke details blijven afwezig. Omdat je met vloeibare verf schildert,
zijn ook je drippings een typisch Verscheure-kenmerk.
KV: Ik wil vermijden
om prentjes te schilderen. Ik wil emotie tonen, maar dat doe ik door net alle
emotie weg te halen. Ik haal in se alle anekdotiek weg uit mijn werken. Wat ik
wil bereiken, is dat mensen voelen dat het werk iets met hen doet, zonder dat
ze het daarom kunnen definiëren. Je zal bij mij nooit een portret in actie zien
of ook nooit wind zien in mijn landschappen. Mijn oeuvre gaat over het punt dat
iedereen in zijn leven al heeft gevoeld
waarbij je moet kiezen: overgaan tot geweld of net
niet.
Mijn werk gaat over dat extreem dun kantelmoment, waarbij je ofwel dader
of slachtoffer wordt. Mijn landschappen zijn allemaal plaatsen waar iets is
gebeurd, waar ik de tijd stilzet. Mijn huizen zijn allemaal crime scenes. Idem voor mijn bomen en
landschappen. Ik schilder niet zomaar mooie plaatjes. Ik wil daarom geen
onbehagen scheppen voor de toeschouwer, maar het zelf wél voelen als ik een
werkstuk maak. Misschien is het wel mijn doel om er terug een stuk schoonheid
in brengen.
HVC: Heb je een bepaald atelierritme?
KV: Als het onrustig
wordt in mijn hoofd, is het tijd om te schilderen. Of ik ervoor weet wat ik zal
schilderen? Neen. Wél of ik portretten of landschappen zal maken. Ik kan ook
van het ene in het andere moment in de zone komen. Ik kom binnen, zet muziek op
een onwaarschijnlijk volume en ik zit erin. 
HVC: Dat je bijna uitsluitend in het zwart schildert, is geen toeval.
KV: Dat komt omdat ik
bijna alleen maar schaduwen schilder en nooit licht.
Ik merk dat door de jaren mijn
fascinatie voor schaduwen alleen maar groter wordt.
HVC: Wie zijn je inspiratiebronnen?
KV: Ik heb vooral
fotografen als inspiratiebronnen en kijk dan naar Rineke Dijkstra en Andres
Serrano, Sally Mann, Erwin Olaf
… Door de jaren heen ben ik een groot
bewonderaar van Bill Viola geworden Ik kan niet anders dan de vergelijking met
hem ondergaan, maar ik vind dat geen slechte vergelijking. (lacht) Wat het
collectief AES+F doet, volg ik ook op de voet.
HVC: Stel dat ik je hier binnen tien jaar terug komt ondervragen, hoe zou
je die jaren graag voor je zien?
KV: Een video maken,
kost veel  tijd en centen. Het voordeel
is dat als ik schilderijen verkoop – dat geld kan investeren in video’s. Maar
alles hangt dus af van die fluctuatie. Dat is nog een rem die zit op het maken
van die video’s. Maar ik wil toch streven om geregeld  met een nieuwe video-installatie op de
proppen te komen.
HVC: En dan nu, op je vijftigste, is er ‘het eerste ‘grote boek’ Black
is a color’
.
KV: In deze tijden kan
je altijd beslissen om in eigen beheer een boek uit te brengen, maar nu kwam
Bruno Devos van Stockmans Art Books op mijn pad met het voorstel. Ik ben hem
daar super dankbaar voor.
We hebben het voorbije jaar samen een hele weg afgelegd. Ik wilde bijvoorbeeld
met drie types papier werken omdat ik het woord op een ander papier wilde,
evenals de expofoto’s: heel dun papier, zodat het bijna een krantengevoel
krijgt. De schilderijen zijn gedrukt op een mat tekenpapier, mijn video’s op glossy-papier.
Ook de opbouw van het boek is merkwaardig. Het is een filmische beleving, wat
in mijn werk niet onbelangrijk is.
Er staan ook bewust
nergens titels of afmetingen van de werken bij, net om die flow niet te
onderbreken.
HVC: Het is ook geen catalogue raisonné, meer een boek om te
doorbladeren.
KV: We hebben de deur
eventjes op een kier gezet om in mijn wereld te stappen. Het is opgevat als een
totaalwerk.
HVC: Boekhandel Theoria in Kortrijk stelde het boek voor naar aanleiding
van art@the bookshop.
KV: Er zullen vijf
tentoonstellingen per jaar plaatshebben, telkens opgebouwd rond een specifiek
kunstboek. In de Theoria-agenda staan al Peter De Cupere, Daniëlle van
Zadelhoff, Koen Vanmechelen, Max Pinckers en
z …  De presentatie zou telkens op
zondagvoormiddag zijn. Daarbij worden ook artist talks georganiseerd. 
HVC: Een aanrader! Dank voor het gesprek
Klaus.
Hilde Van Canneyt
Boek uitgegeven: Stockmans
Art Books  ISBN 9789077207598

BLACK IS A COLOR, klaus verscheure, uitgegeven door Stockmans Art
Books
ISBN 9789077207598
Upcoming expo’s: 
Black is a Color – 25/05 – 22/06 Solo at Kusseneers Gallery
Brussels
Home Sweet Home -16/06 -21/07  Kunstenhuis Harelbeke
Dadasein – 20/07 – 13/10 Palais Abbatial – Saint-Hubert
Za 6 juli 19: Artist talk met Dr. Dirk De Wachter,
Kusseneers, Brussels.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.