Categorieën
Interview

Interview met Louis De Cordier

Volgende interviews: John Körmeling (Nl) , Hans Klein Hofmeijer (Nl)
Interview met Louis De Cordier/Cosco (1978),
(Gent, zomer/herfst ’17)


Hilde Van Canneyt: Beste Louis, we zijn hier
in de gloednieuwe Carrington gallery te Gent. Jij bent hun eerste gast.
Je gebruikt twee kunstenaarsnamen. Vind je dat
noodzakelijk?
Louis De Cordier: ‘Het is eigenlijk heel
eenvoudig begonnen. In Spanje, waar ik woon, kunnen ze mijn naam niet
uitspreken. Ik dacht: ‘Als het hier al zo moeilijk is, hoe zit het dan in China
of Rusland?’ Zeker omdat ik heel internationaal werk. Een tweede aspect was: ik
werk voor zoveel projecten met dermate veel mensen samen dat ik soms wat
schroom heb om er mijn eigen naam onder te plakken. Daarom kwam het idee om een
soort artiestennaam – dat tevens een bedrijfsnaam is – aan te wenden. Je kan
het zien als de grote noemer waaronder ik werk. Maar het is tegelijkertijd ook
een soort statement.’
Ik zal maar beginnen met de
vraag der vragen: hoe is het allemaal begonnen? Hoe zou je de weg die je al
hebt afgelegd, omschrijven?
Het is algemeen bekend dat ik, bij wijze van een Obelix, als kind in het vat van de kunstwereldtoverdrank ben gevallen, zijnde
als zoon van kunstenaar Thierry De Cordier, iets wat heel sterk mijn jeugd en
mijn ervaring van kunst heeft bepaald. Ik herinner me vooral het dagelijkse
leven van de vrienden-kunstenaars, met de vele discussieavonden bij ons thuis
en hun visie op de wereld. Dit interesseerde me meer dan wat ze precies
creëerden. Het is iets waarvan ik naarmate ik zelf ouder werd, meer en meer het
belang van ben gaan inzien en waardoor ik op een spontane manier ste
eds dichter kwam bij wat kunstenaar
Joseph Beuys omschreef als de sociale plastiek.
Het
is
een benadering van
kunst
waarbinnen
ieder mens kan participeren, alsook de
creatie van een
betere wereld.’


HVC: Je creëert vaak een soort verplaatsbare
cocons, modules genaamd. Als het ware schuilplaatsen om in te (over)leven, om
je mentaal of fysisch in te verschuilen, zoals een slak bijvoorbeeld zijn
huisje overal mee naartoe neemt.
Het grotere publiek kent je werk
waarschijnlijk van Beaufort03 in 2009: je koos ervoor een grote metalen
geometrische constructie te plaatsen, Metatron genaamd. Je wilde een
intieme relatie uitbouwen met de zee, omdat die met haar overweldigende kracht,
de mens met zijn ijdelheid confronteert, alsook met het begrip ‘tijd’, las ik.
Je ziet de sculptuur als de boodschapper van ons intellectueel bestaan. Ook ‘de
gulden snede’ speelde hier mee, net als in nog andere werken …(Denken we ook
aan werken als OBSERVATONIUM/solid, een hybride vrijplaats die
tegelijkertijd als atelier, tentoonstellingsruimte en atelier diende. Of The
Seapod
)
‘LD: De meeste dingen die ik maak, zoals
Metatron, draaien rond communicatie. Ik ben nogal sterk gefascineerd door het
aspect van beschaving: welke beschavingen hebben bestaan? Hoe zijn zij
geëvolueerd? Hoe zagen zij de toekomst? En dan is er ook het aspect: hoe is de
mens vandaag bezig? Hoe probeer je vanuit vandaag te communiceren met de
toekomst?’ Dan kom ik tot objecten zoals Metatron, of de gulden snede, die een
soort universeel taalgebruik is in de wiskunde.’
Begint het allemaal met een idee dat, ergens,
uit je geest ontspringt? Op je website staat dat je sculpturen en installaties
vertrekken vanuit een ruim kosmisch wereldbeeld. Refererend aan architectuur en
techniek, trachten ze ruimtes te zijn van gedachten en gevoelens. Je probeert
het ongrijpbare grijpbaar te maken: je verbindt je creativiteit met het
onderzoek naar de oorsprong en toekomst van onze cultuur, las ik. Ook natuur en
wetenschap zijn nooit ver weg. Je ziet dat allemaal als een geheel. Je oeuvre
kunnen we op vele manieren interpreteren. Want je ziet jezelf niet per sé als
een kunstenaar, zei je tien jaar geleden.
‘Ik werk inderdaad trans disciplinair. De
wetenschap van de kwantumfysica die nu letterlijk het wereldbeeld aan het
veranderen, interesseert me ongelooflijk. Ook de geschiedenis van Egypte
fascineert me enorm en als kunstenaar en als mens probeer ik daar mijn ding mee
te doen en het allemaal aan elkaar te binden.’


Laten we het hebben over je grootse bekende
project Mataha-Expedition in Hawara uit 2008. Hoe komt iemand er in godsnaam
bij zoiets op te starten?
Je was al langere tijd geïntrigeerd door een
indrukwekkend ondergronds labyrint in de Egyptische woestijn. Tien jaar geleden
heb je een hele wetenschappelijke expeditie opgezet en hebben jullie dat
verloren labyrint teruggevonden, onder meer door de omgeving te scannen. Maar
dat is niet van een leien dakje gegaan, natuurlijk.
‘Dit is ook weer heel eenvoudig begonnen. Ik
dacht: ‘Wat kan ik als kunstenaar bijbrengen aan de maatschappij buiten de white
space
van de kunstgalerie en de instituten, alsook vanuit de fascinatie
voor de oudheid, eens niet vertrekkende van l’art pour l’art of kunst
vanuit de jaren 60. Ik wilde heel diep gaan naar de roots van esthetica
en spiritualiteit. Zo kwam ik bij die moederbeschaving in Egypte terecht en
werd ik me plots bewust dat ik écht wel kon bijdragen tot een onderzoek. Zo was
er die site van het labyrint van Egypte dat al meer dan honderd jaar niet meer
was onderzocht. En de geofysicatechnologie is intussen zo geëvolueerd, dat ik
dacht: ‘Laten we dat gaan toepassen op het labyrint en zien of er méér dan
alleen maar zand onder zit. Of wie weet een ongelooflijk mythisch gebouw?’
Heel die ontdekkingstocht werd gedocumenteerd
aan de hand van sculpturen, objecten, films, foto’s, kaarten, tekeningen en
zelfs lezingen. Waar zit in zo’n onderzoek dan het kunstproces?
‘Wat me sterk heeft geïnspireerd, is dat in
het begin van de archeologie – in de tijd van Napoleon – daar archeologen
naartoe gingen met een gans gevolg van kunstenaars zoals schilders, om alles te
documenteren en ook de boodschap van wat ze daar gezien hadden over te brengen.
De dag van vandaag is dat ook nog altijd zo: er zijn nog altijd tekenaars bezig
met objectjes te tekenen. Je stapt eigenlijk in een traditie die vroeger veel
meer samen
hing met
kunst, maar die nu door specialisatie is opengetrokken, dus wil ik dat kunstige
er weer aan breien.’


Je project Biblioteca del Sol zie je als
‘belangrijke kennis die wordt bewaard voor de volgende generaties’. Je ziet
bibliotheken nog altijd als de beste manier om de schriftelijke nalatenschap
van de mens voor de toekomst te bewaren, meer dan dvd’s en de oneindige
digitale wereld.
Zodoende bouwde je op 2000 meter hoogte een
ondergrondse bibliotheek en een zaadbak voor niet-genetisch gemodificeerde
planten. Er zijn inmiddels al 1000-en boeken in gehuisvest.
Wat is de link tussen die boeken en die zaden?
‘Een plantenzaad is een heel cultureel
project. Een boek bevat kennis van een cultuur, maar een zaad ook. Want die
landbouwzaden die nu worden gebruikt, zijn gemanipuleerd over 100-en jaren
tijd. Oorspronkelijk was tarwe bijvoorbeeld, een soort van grasplant. Ook alle
bloesems van aardappel tot wortel, zijn eigenlijk heel belangrijke culturele
artefacten.’
Waarom koos je die plaats uit? Je wilde echt
wel rekening houden met alle facetten: zodanig dat die bibliotheek niet snel
weer aan diggelen zou kunnen liggen.
‘De intentie van het project was van in het
begin iets te bouwen dat zo lang mogelijk bestendigd kon zijn, alsook de boeken
goed kon bewaren natuurlijk. Niet bij een stad waar bijvoorbeeld één of ander
groot bouwproject bezig is. Een voorbeeld
: ik
wilde een zone zoeken die weg van kerncentrales ligt, om de toekomst te
garanderen zonder radioactiviteit, alsook een plek die niet in de nabijheid van
een vulkaan ligt; denk maar aan het verhaal van Pompeii …
De link tussen het bibliotheekproject en de
mens is heel belangrijk. De bedoeling is dat de bibliotheek constant geüpdatet
wordt. Niet als een soort van tijdscapsule die je afsluit, achterlaat en later
weer opent, maar bijna in de traditie blijven van in de abdijen waar mensen
constant boeken aanvulden en kopieerden, omdat elk boek vergankelijk was.
Belangrijk ook is dat de kennis in het boek kan gaan reizen.’
Je ziet dat ook als een
interactief project, want iedereen kan je boeken opsturen. – al moeten ze wel
gaan over kunst, wetenschap of spiritualiteit.
Ja, het project staat open voor mensen die een boek
willen opsturen. De actie van het kiezen van een boek en de daad van het
opsturen staat garant dat hun bijdrage waardevol is.
Begin je altijd eerst met het
maken van notities en schetsen? Of begin je met de kleine maquettes? Hoe moet
ik me dat voorstellen?
Alles begint inderdaad meestal met het maken van die
schetsen en notities, wat dan via maquettes en zelf lezingen, en de bouw van
projectwebsites, langzaam tot een realisatie leidt. Het meest belangrijke echter
in mijn projecten is proberen partners te vinden; mensen die dezelfde visie en ambitie
delen om verandering op gang te brengen. Alles staat of valt met de steun en
samenwerking met visionaire bezielers.
Hoe zie je al je grote projecten in het licht
van de kunstgeschiedenis of in het licht van de hedendaagse kunst?
‘Ik neem daar geen echte plaats in. Een
Romeinse beeldhouwer bijvoorbeeld, zat in een bepaalde traditie. Er bestond
niet zoiets als hedendaagse kunst. Mijn toekomstbeeld is dat de maatschappij in
de volgende 50 jaar toch zodanig zal veranderen, dat het er helemaal niet toe
doet om je in die hedendaagse traditie in te schrijven. Daar voel ik me van
bevrijd.’
Hoe probeer je dan als kunstenaar het verschil
te maken? Tijdens welke activiteiten voel je je het meest kunstenaar, het
dichtst bij jezelf als kunstenaar?
‘Ik probeer zo authentiek mogelijk mijn ding
te doen en dat is heel simpel gezegd proberen de wereld te verbeteren. Ik denk
dat dit het moment in de geschiedenis is dat we klaarstaan om de planeet om
zeep te helpen. Ik probeer een soort stap te maken naar een compleet andere
maatschappij die een soort balans is met de natuur en de technologie. Maar we
zitten nog met een soort verouderd verhaal. Mijn bedoeling is om mee een nieuw
verhaal te schrijven en dat vooral te doen door vooral actie te ondernemen.’


Je zou ook graag een Bee Master Walk door
Gent willen organiseren. (De wandeling ging door
10
augustus 17 )
Je ziet het als een performance, waar imkers
in hun witte pak als het ware een grote hoeveelheid bijen tegemoet gaan.
Sowieso zijn bijen een belangrijke bron van
inspiratie en wijsheid voor kunstenaars, wetenschappers, sjamanen en mystici.
Uit die gedachte maak je de levende sculptuur House of Bees.
Je ziet die wandeling als een historisch
statement. Wat bedoelt je daarmee?
‘Om even terug te komen op dat
kunstenaarschap: ik zie dat ten eerste als iemand die zijn eigen wereldbeeld
ontwikkelt in zijn atelier ten tweede als verouderd. Ik zie het idee van
participatie met mensen – of dat nu kunstenaars zijn of niet, maakt niet uit,
maar als die dezelfde vorm van ambitie hebben, dan is dat een weg vooruit.Ik
wil met dat project een soort van statement plaatsen om met een vijftigtal
imkers een soort wandeling te maken; stil, zonder veel vuurwerk, om daar een
boodschap over te brengen van de bij, die ik als een kanarievogel in de mijn
beschouw en in de verf wil gaan zetten.’
Waar sta je voor? Iemand die ons een spiegel
voorhoudt?  Want voor jou is de
beschaving zoals ze nu is, niet oké, mede omdat ze niet duurzaam is. Daarom is
alles wat je maakt, nauw verbonden met de natuur. Kiest je bewust de materialen
waar je mee werkt?
Je wilt ons toch iets in het gezicht werpen?
Of wil je door zelf het goede te doen, een voorbeeld zijn voor anderen.
‘Het is waarschijnlijk het doel van elke kunstenaar,
om mensen iets in het gezicht te werpen, hen een bepaalde beleving te laten
losmaken, hen bewustzijn te geven.’
Wat is voor je praktijk je bijzonderste talent
of belangrijkste werkinstrument?
‘Mensen coachen? Zoiets toch. Ik haal ergens
inspiratie vandaan en dat idee wil ik realiseren. Al die schetsen en
installaties maak ik om mensen er mee in te betrekken. Ik wil ze zo bewustmaken
en een licht ophouden om anderen er mee in contact te laten komen en als een
soort van netwerk, als een geheel in dergelijke projecten te investeren. Of
soms voelen mensen een klik met wat ik doe en willen ze samenwerken.’

Er lopen constant ongoing projects, als
een bewegende carrousel. Er zijn ook projecten die nooit zullen aflopen. Het is
een constant onderzoek.
‘Het groeit compleet organisch. Elke dag is
onvoorspelbaar voor wat de toekomst brengt.’
Van welke kleine of
megalomane projecten droom je nog? Welke ontdekkingen – die op het eerste zicht
onmogelijk lijken – zou je nog graag verwezenlijken?
‘Ik maak dagelijks tekeningen van de projecten die ik nog wil
realiseren. Bijna meditatief teken ik ze, om de kracht van de
law of attraction haar werk te laten doen. (lacht) Zo wil ik nog een Metatron plaatsen
in de Mongoolse Altai bergen, in samenwerking met Sjamanen. Ook zou ik bij mij in
de bergen, graag een klassieke boekdrukkerij openen. Een soort van
free international university,  voor een
meer sociale en duurzamere wereld. En natuurlijk droom ik van de realisatie van
een nieuwe Egyptische labyrintexpeditie.’ 
Mocht je geen kunstenaar zijn
geworden, hoe zou je dan de maatschappij tot nut zijn, denk je?
Iedereen is een kunstenaar. Iedereen kan de
maatschappij van nut zijn. Het is enkel een kwestie van je eigen talent te
ontdekken, hoe je jezelf ten dienste kan brengen.
Rainer Maria Rilke schrijft:
Laten
we niet vergeten dat de kunst slechts een weg is, geen doel
.’
Inderdaad, en het doel vandaag is meer dan ooit, er
voor te zorgen dat er toekomst is.
In welke zin streef je in je
werk naar schoonheid en esthetiek? Ik vermoed ook naar poëzie?
Het lijkt wel
dat je de wetenschap wil doen opstijgen met de kunst.
‘Het gaat voornamelijk over de manier waarop
je dat verhaal op een zo’n verfijnd mogelijke manier met kunst wil gaan overbrengen.
En natuurlijk is schoonheid daar een onderdeel van. Dat doen reclamemakers ook
om te communiceren naar een zo breed mogelijk publiek.’
Hoe ben je terechtgekomen bij Carrington? (Of
hoe zijn zij bij jou terechtgekomen?) In welke zin voel je een connectie met
wat zij doen? Want net zoals je van verbindingen houdt met het kosmopolitische,
wetenschap en kunst, is ook de verbinding van kunst, wetenschap en
spiritualiteit iets wat de galeriehouders willen uitdragen.
‘Als je als jonge kunstenaar begint, ben je
vooral afhankelijk van galeries die al langer bestaan, mensen die van een
oudere generatie zijn. Maar zij hebben veelal een moeilijker connectie waarmee
je bezig bent ? Ook hun verzamelaarspubliek is soms veel ouder en daarvoor is
het voor mij moeilijk om soms in die denkwereld connectie te vinden. Ik zat
eigenlijk al jaren te wachten op een jonger initiatief. En daar was dan plots
Carrington.
En het klikte onmiddellijk op alle vlakken en visies.’
(We doen een rondje in de
galerie.)
Wat zien we hier concreet in
de galerie staan of hangen?
Tekeningen, sculpturen,
maquettes, installaties, een video …
Alle werken gaan over de
huidige problematiek aangaande klimaatsveranderingen, bijensterfte en
biodiversiteit, met tot doel deze te vertalen in een positieve actie, las ik.
Die veruitwendiging van die
positieve actie veruitwendig je dan in een kunstwerk? Of moet ik kunstactie
zeggen.
Alles is actie: het proces, de boodschap en het
verhaal is veel belangrijker dan het artefact dat achter blijft. Zoals het bij
een boek draait om inhoud, en niet om hoe mooi het boek gedecoreerd of gebonden
is. Ik ontken echter niet dat een degelijk en met liefde gemaakt boek, meer
kans maakt om de tijd te weerstaan.


We zien ingekaderde tekeningen. Ze lijken op
dwarsdoorsnedes, een soort ontwerp/detailtekening …
Wat betekenen ze of wat kunnen wij erin
ontdekken of herkennen?
‘Ze zijn gemaakt in 2009, nog voor ik het werk
heb gerealiseerd. Als een soort van aankondiging/tekenstudies waar ik mijn idee
van de bibliotheek annex woonmodule combineerde van wat bijna een leefmachine
zou kunnen zijn. Bijna iets ruimteschipachtig.’
Ik 
beeld me in dat jij ’s nachts in je schetsboek voor professor zit te spelen
‘Ik maak ze ook om een lijn te zien wat er
vandaag van is geworden. Er is een groot denkproces aan voorafgegaan om tot de
kristallisatie van dit idee te komen. Het is een maquette die de vorm heeft van
een bibliotheek, een bijna rauwe ondergrondse module die boeken bewaart.’


We staan bij een maquette slash op zichzelf
staand kunstwerk. Het is als het ware een kleinere versie van je Bibliotheca
del Sol die je in Andalusië hebt verwezenlijkt.
Hoe zie je dat werk? Als een esthetisch object?
Iets documentairs? Hoe wil je dat wij het benaderen? Of zie je het vormelijk
gewoon als een interessante sculptuur?
‘Voor mij is zo’n maquette een soort
instrument om een project te communiceren naar anderen. Ik heb het gemaakt ná
de originele verwezenlijking van de bibliotheek.
Dit is een earth-casting, een in aarde
afgegoten geheel. Dit werk is vooral gevormd door het proces. Daar is echt in
de grond een holte gemaakt die dan is volgegoten met beton en het erna weer uit
de aarde is gehaald.
Mensen hebben soms het gevoel dat de
bibliotheek een bouwwerk is, maar momenteel kan ze alleen maar langs de
binnenkant worden ervaren. Met dit werk wilde ik dat extra in de verf zetten.’


We zien een ovale sculptuur met een holte
waarin je zowel mentaal als fysiek kan coconeren.
‘Mijn ambitie is iets in het echt te maken,
schaal 1:1. Het hoeft niet groter te zijn, ook niet kleiner; op maat van een
volwassen persoon. Het is een vorm die niet eenvoudiger kan, een soort van
sarcofaag, of de vorm van een menselijke cel. Het is een contour die aan de ene
kant vrij massief lijkt en aan de andere kant heel efemeer. Het functionele en
het esthetische: alles komt daar samen. De interpretatie van deze sculptuur en
het verwerkelijken ervan heeft de realisatie van de bibliotheek bevorderd.
Als je in de sculptuur gaat, hoor je een soort
van geluid, als een groot oor dat omgevingsgeluid opvangt. Het is bijna een
muziekinstrument: een extra zintuig dat in contact staat met de omgeving.
Vanuit dit type sculptuur zijn dan mijn andere projecten
gerealiseerd,
waarbij
met een soort van kosmische radio, geluidsgolven opgevangen werden.’
Ook in de openbare ruimte heb je dergelijke
modules staan.




Ik zie: boeken, boeken en boeken, die staan
hier niet voor niks, denk ik. Dient het als proevertje voor de bezoekers?
‘Deze boeken zijn een schenking voor de
bibliotheek. Ze staan hier klaar voor de poort om na de tentoonstelling
richting Spanje te worden getransporteerd. Daar ga ik ze allemaal bekijken en
catalogiseren.
Het is eigenlijk een toevalligheid. Een
Vlaamse drukkerij stelde een tiental boeken ter beschikking, samen met nog
andere schenkers. Dit is het verzamelpunt in België voor de boeken. Ik stapel
ze op elkaar als een installatie die groeit. Het is functioneel gekoppeld aan het
project de Bibliotheca.  Die boeken gaan
die kant uit.’
Zie je dat als een soort extra verhaal?
‘Het idee is eigenlijk realiteit bij te
brengen aan de kracht van het project.
Op zich gaat het over de conservatie van
boeken.


We zien hier een kleine versie van het werk Metatron,
dat we ook in de kunstroute Beaufort zagen. Zie je dat hier ook terug als een
maquette of als een op zichzelf staande sculptuur?
‘Beiden. De grote sculptuur weegt 30.000
kilogram massief en is opgevuld met beton.
Maar aan de binnenkant van de
sculptuur zit exact zo’n model.
Het idee is dat zoals bij het
pellen van een appelsien, binnen de honderden jaren de binnenkant van de beton
afbrokkelt en – ook weer over een paar duizenden jaren – na afloop dit element
hierbinnen vrijkomt. Dit is een grote bronzen sculptuur die massief is
opgegoten in aluminium
en is op zich ook een tijdscapsule. De
boodschap zelf, is de vorm, zijnde een geometrische bestaande vorm. Als je die
vorm ziet in de toekomst, weet je dat die is gemaakt door de mens. Als de mens
van de toekomst deze vorm terugvindt, weet hij dat dit intentioneel is gemaakt als
soort van communicatiemiddel naar de toekomst toe.’
Maar ook hier wil je eerst triggeren door de
vorm?
De titel is afkomstig van de metatrons cube.
Dat zijn een soort van geometrische tekeningen waar alle archimedische lichamen
in passen. Deze vorm is er de basis van. Alle andere zeer uitgesproken
geometrische vormen vinden er zich in terug.




Ik zie een soort brainspinsels,
gedachtegangen; woorden en vormen die jij uit je hand en brain spuugt.
Het ziet er heel spontaan gemaakt uit.
‘Die tekeningen zijn recent gemaakt voor deze
expo in Carrington. Ik dat ook dat er hier lezingen gingen worden georganiseerd
om mijn ideeën goed te communiceren. Op dat moment ben ik studies beginnen
maken om de concepten waarmee ik bezig ben, in kaart te brengen en
duidelijkheid te zien en mijn boodschap nog beter over te dragen. Deze
tekeningen zijn spontaan ontstaan, niet met de bedoeling ze op te nemen in de
tentoonstelling. Ze zijn aan het bibliotheekproject gerelateerd, alsook aan
andere projecten zoals mijn bijenproject. Er zitten ook pragmatische tekeningen
bij; hoe ik mijn atelier op poten wil zetten bijvoorbeeld. Ik wil ook een link
maken met mijn sociale projecten. Zo ga ik in Spanje een grafiekatelier
opstarten, om op de oude klassieke manier prints en oude boekdrukkunst terug
leven in te blazen. Er staat ook veel tekst op, bepaalde tekeningen, mindmaps,
… Zo hebben jullie een betere inkijk in mijn gedachtegoed.


Ik zie hier, simpel uitgedrukt, blauwe
rechthoekige vlakken hangen. Wat is de link met de rest die hier hangt?
‘Dit is een eerste initiële aanzet om dat
grafiekatelier in Spanje op poten te zetten. Ik wil daarmee teruggaan naar de roots
van het papier gaan, de boekdrukkunst en bibliotheken. Dit zijn echte
grafiekprints die gemaakt zijn met een grote oude pers. Dit zijn bijna
elementaire prints van een houten plaat die is ingeïnkt in blauwe verf. Ik heb
de link gelegd met palimpsest, van die oude manuscripten die zijn weggekrast om
dan een nieuw verhaal te brengen … deze zijn specifiek gerelateerd aan de
gulden snede, die heilige geometrie, die overal in de natuur is te vinden. Ik
zie dat ook als het communiceren van een boodschap, zij het dan op een
mathematische manier. Het is allemaal vertrokken van een zelfde afmeting waar
ik dan één vlak heb ingekleurd en het andere dan open heb gelaten.
 Soms
werkte ik met verschillende lagen, waardoor je die uitsnijding hebt. Ik wil
door de verkoop van dat type werk, mijn grafiekproject realiseren.
Ook het element van democratisch werken is
niet onbelangrijk, vandaar dat ik verschillende oplagen heb gemaakt.’ 
Hilde Van Canneyt, met dank aan Carrington


(meeste) foto’s: Gilles-Adrien Cenni

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.