Categorieën
Interview

Interview met Stéphanie Leblon (2)

Interview
met Stéphanie Leblon voor het tijdschrift  Atelier, juli 2014
Stéphanie Leblon is
reeds geruime tijd actief als beeldend kunstenaar: ze deed verschillende
soloshows, won de Provinciale Prijs 2010 en had al verscheidene groepstentoonstellingen
in binnen- en buitenland.
We voerden een boeiend
gesprek over de evolutie in haar werk.
Je laatste reeks kunnen
we als je ‘zwembadreeks’ omschrijven. Wat vond je zo interessant aan dat thema:
het inhoudelijke, of wat je ermee kan uitdrukken in verf?
“Ik ben altijd bezig geweest met de vraagstelling: ‘Waarom
is onze waarneming zo beperkt?’ In het water uit zich dat concreet door de
vervorming van het lichaam:
door water wordt het lichaam gefragmenteerd
en vervormd. Het is een proces dat me nog altijd fascineert en waarop ik
me
verder concentreer.
Er blijven natuurlijk elementen uit mijn vroegere reeksen, zoals
de figuur die in zijn eigen cocon zit, 
meespelen. De personages die in mijn eerdere werk in hun eigen
gedachtegoed ronddraaiden, draaien nu letterlijk in het water. De grote lijnen
blijven hetzelfde, maar nu is alles meer fysisch: zowel het schilderproces als
het onderwerp zelf. Soms werk ik met zodanig verdunde verf dat zelfs het
beeld  waterachtig wordt.” 
Uit welk beeldmateriaal put je inspiratie? 
“Momenteel werk ik hoofdzakelijk met zelfgemaakte foto’s.
Vooraf maak ik een duidelijke planning en een schets, zodat ik heel goed weet
welk beeld er uiteindelijk op doek of papier moet komen. Tijdens de fotosessies
met de modellen zeg ik welke poses ze moeten aannemen, en door hen krijg ik al
de input hoe het beeld verder moet evolueren.
Een kunstwerk is zorgvuldig denkwerk, weten waar je heen gaat.
Je beelden ogen redelijk tijdloos…
“Inderdaad, ik wil een zekere tijdloosheid bereiken. Ik wil
het beeld openlaten qua tijd, zodat er een diepe menselijkheid van uitstraalt,
los van anekdotiek.”
We hebben hier in de Nederlanden een lange traditie in de
schilderkunst. Hoe zie je jouw passage daarin?
“Ik plaats me volledig in de rijke traditie van de
schilderkunst en voel heel wat affiniteiten met het werk van Maria Lassnig,
Rene Daniels en Phillip Gutson. Maar natuurlijk wil ik aan deze traditie mijn
eigen verhaal toevoegen. “
Hoe zet je een schilderij op? Werk je met
bepaalde penselen, verf, verdunners …?
“Ik begin altijd heel goed voorbereid aan een nieuw werk.
Eerst leg ik een basislaag, van waaruit mijn werk verder groeit. Het is
belangrijk om meteen de nodige aandacht te geven aan die basislaag: alle
elementen van een ‘goed’ werk moeten daar al aanwezig zijn. Er moet een dialoog
zijn tussen de open en gesloten structuur in de verf, de beweging in het
schilderen, … en natuurlijk moet je de juiste tonen en kleuren gebruiken. Als
die basis correct is, kan van daaruit de figuratie verder groeien.”
Hoe zit het met de vernislaag, bekend om het
geven van diepte aan een schilderij?
“Ik vernis mijn schilderijen bewust niet. Het is echt
werken tot ik de kleuren heb bekomen zoals ik wil dat ze zijn. Het is een lang
proces dat ik goed probeer te beheren.”
Hoe bepaal je op voorhand de grootte van je
doeken?
“Voordien maak ik redelijk wat tekeningen en gouaches.  Daardoor komt tot uitdrukking hoe groot het
formaat van het werk moet worden. Tegenwoordig zijn mijn formaten groter geworden,
(140/180cm): zo wordt de dialoog tussen de toeschouwer en het schilderij
anders. Door het formaat wordt de kijker meer in het werk gezogen.”
Hoe bepaal je wanneer een werk af is?
“Het is belangrijk je werk lang genoeg te bekijken, het te
laten doordringen, en er bij wijze van spreken mee te leven. Op een bepaald
moment krijg je dan het gevoel, of weet je zeker: het proces is ten
einde.”
Hoe sta je tegenover de reacties op je kunst?
“Een geoefende kijker kan mijn werk gemakkelijk situeren in
een kader van figuratieve hedendaagse schilderkunst. Mensen die misschien
minder geoefend zijn, stellen meer vragen. Maar over het algemeen lukt het me
wel om mijn werk snel te duiden.  Toch
denk ik dat het van belang is de kijker niet te flatteren of te behagen, wél om
te trachten hem te openen. Je moet je richten naar open geesten die willen
kijken en herkijken, en de sensatie van het zien willen herbeleven.”
Je hebt ook een reeks
tekeningen in gouache op papier. Zie je dat als schetsen of proevertjes? En zijn
ze evenwaardig aan je olieverfschilderijen?
“Voor mij zijn ze evenwaardig. Degene die op mijn website
staan, zijn een selectie van een reeks gemaakte werken. Als een tekening
geslaagd is, komt er meestal geen rechtstreekse vertaling op  doek.”
Zowel het mentale als
fysieke proces zijn belangrijk voor jou: zowel je geest als je hand moeten in
de juiste concentratie zitten, zeg je ergens. Anderzijds laat je de dingen
gewoon gebeuren en luister je naar wat de verf vertelt.
“Dat is een spanningsboog die je opbouwt: je denkt eerst
goed na, en dan begin je te werken. Daarna moet je effectief het schilderij tot
jou laten komen en het laten inwerken.”
Hoe vaak ga je naar je atelier? Heb je vaste
afspraken met jezelf en je doeken?
“Ik ben heel frequent bezig in mijn atelier, want het is
belangrijk een ritme en concentratie op te bouwen, en niet los te laten.
Vrijheid en je vrij voelen in je atelier zijn ook heel belangrijke aspecten die
het creatieproces vergemakkelijken. ”
Wat is het lastigste
aspect aan de job ‘kunstschilder’? Welke eigenschap zou het schilderen
gemakkelijker maken?
“Bij het proces van het schilderen, heb ik soms last van
mijn ongeduld: de trage droogtijd van de verf bijvoorbeeld. (lacht) Omdat ik in reeksen werk, werk
ik aan meerdere schilderijen tegelijkertijd.”
Je hebt het geluk
altijd een vaste galerie te hebben, wat als kunstenaar toch een veilig,
comfortabel gevoel geeft, denk ik. 
“Als je een goede verstandhouding met je galeriehouder
hebt, is dat gewoon heel fijn. Het geeft een gevoel van wederzijdse
communicatie.  Ik heb het ook altijd
interessant gevonden om met andere mensen samen te werken.”
We zoeken in de kunst wat we missen in het
leven, schrijft Alain De Botton. Akkoord?
“Ik kan me daar wel ergens in vinden. Ik denk dat het voor
een stuk waar is. Mensen die een meerwaarde zoeken in het leven, grijpen snel
naar kunst.”
Welke rol vind je dat je als kunstenaar in onze
maatschappij moet opnemen?
“Het is in onze huidige maatschappij belangrijk dat
kunstenaars de tijd een halt toeroepen en zelf de tijd nemen om na te denken
over inhoud en diepgang, zelfs over kleur, vlak en vorm. Zo krijgt de
maatschappij een verdieping en een gelaagdheid” .
www.leblon.be

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.