Categorieën
Interview

Interview met Hester Scheurwater



Interview met Hester Scheurwater (NL 1971), zomer 2014 


HVC: Hester, jij ziet jezelf niet als een fotograaf. Foto’s zijn soms
gewoon het eerlijkst om jouw verhaal – zoals je onderzoek naar de vrouw als
lustobject – te vertellen. Voor je bekend werd om de kiekjes van jezelf, had je
ook al een carrière opgebouwd met je films, performances, multimedia en
installaties.


HS: Na de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten, ben ik naar de
Vrije Academie in Den Haag gegaan waar Frans Zwartjes, de vader van de
Nederlandse experimentele film, mijn begeleider was. Onder zijn begeleiding ben
ik gestart met het maken van videoperformances, waarbij ik bepaalde emoties
wilde vergroten en versterken middels performance, installaties en projecties.
Ik maakte video’s alsof ik een schilder was: mijn studio en toebehoren als mijn
schilderspalet. In de laatste vijf jaar heeft video plaatsgemaakt voor
fotografie en doe ik fotoperformance: mijn studio/huis/privéomgeving is nog
steeds mijn palet.
HVC: Je ziet jezelf in de traditie van het portret: in de pose én in de
traditie waarin kunstenaressen zich bezighielden met de perceptie van
vrouwelijkheid.


HS: Mijn werk heeft raakvlakken met Manet, Schiele, Klimt en
dergerlijke, maar ook met Tichý en Mapplethorpe. Ik voel me verwant met werk
van kunstenaars zoals Abramović, Woodman, Export, Schneemann, Krystufec
enzovoort. Vrouwen die door de tijd heen bewust hun lichaam in de strijd hebben
gegooid. 



HVC: Je trekt de laatste jaren bewust foto’s van jezelf, vooral in de
intieme slaap-, bad- en woonkamersfeer, liefst met glamoureuze attributen als
extra trigger. Het zijn comfortabele plaatsen en poses voor jou, minder
comfortabel voor de kijker. Je wat slordige kiekjes zijn expliciet, rauw en
provocatief. Je beelden zijn voor jou een soort spiegel voor het voyeurisme en voor
de foute (commerciële) seks die we dagelijks voorgeschoteld krijgen op tv en via
de sociale media. Je wilt daarom een fysieke waarheid tonen, omdat er een ‘over
the top’ geperfectioneerd en geseksualiseerd beeld van het vrouwenlichaam wordt
voorgesteld. 

Je probeert eraan te voldoen, maar je weet dat je de competitie
niet aankan, dat je nooit kan voldoen aan dat beeld.


HS: Mijn gespiegelde fantasie-zelfportretten zijn een ‘shooting back’, een
antwoord – of vraag – op de gladgestreken commerciële leugenachtige mediabeelden,
die door veel mensen voor lief worden genomen. Door heel persoonlijk en privé
die beelden te herkauwen, uit te spugen en door rauw te spiegelen wat die nepbeelden
oproepen – zonder franjes, zonder tussenlaag en door die beelden weer in
publiek domein terug te plaatsen – probeer ik vraagtekens te zetten bij wat we
in de publieke ruimte als ‘normaal’ beschouwen. De gladgestreken normen en
waarden die in die mediabeelden zitten hebben een zekere afstand tot de kijker,
in tegenstelling tot mijn beelden.
HVC: Je zoekt de grens op tussen wat in de intimiteit gebeurt versus wat
in de ‘public space’ gebeurt.
Je werk is alleen maar autobiografisch in symbolische zin. Het zijn vooral
hints naar hoe het vrouwenlichaam in overexposure door de maatschappij wordt
bekeken.


HS: Bij de overexposure van het vrouwenlichaam worden nauwelijks nog
vraagtekens gezet. Het wordt als normaal beschouwd. De laatste tijd zie ik wel
een tendens van berichten of posts van vrouwen die in opstand komen. Dit door
het posten van foto’s die ‘out of the box’ zijn: normale, ‘dikke’ buiken in
bikini, een okselhaarpost of iets dergelijks en die dat als statement
presenteren.




HVC: Je onderzoekt je eigen fysiek, zonder limieten en accepteert elk
mogelijk aspect van je lichamelijkheid en je présence en dit in letterlijke en
figuurlijke onhandigheden, tezamen met de bijhorende (lichaams)mankementen. Je
onderzoekt je eigen limieten aan de hand van fantasie-zelfbeelden. Je ziet het
als een visueel dagboek over je seksuele kracht, over je fantasieën als
seksobject. Je wilt terugvechten met je wilde seksuele kracht. Vrouwenpower
tonen. Maar je bent méér dan gewoon een feministe, vermoed ik.


HS: Ik heb geen idee wat ‘meer dan gewoon een feministe’ is, maar het
klinkt goed. Dank je! Mijn werk wordt geplaatst in de feministische traditie en
terecht. Maar feminisme is geen doel op zich binnen mijn werk. Ik denk niet:
“Ziezo, vandaag ga ik eens een feministisch werk maken.” Mijn werk maakt
zichtbaar dat er vandaag de dag nog steeds vanuit vastgeroeste denkbeelden naar
beeldende kunst van vrouwen wordt gekeken. Het lijkt of er zowel in de
beoordeling (veroordeling?) als bij de ontvangst en het bekijken van de kunst,
weinig veranderd is. Al heel snel worden woorden gebruikt als kwetsbaar,
vrouwelijk, lichamelijkheid en vrouwelijke seksualiteit, en wordt het werk
besproken vanuit een slachtofferrol. Hoe vaak praten we zo over mannelijke
kunstenaars die zichzelf als onderwerp hebben? Over hun mannelijkheid, hun
lichamelijkheid, hun kwetsbaarheid en mannelijke seksualiteit, dat ze moedig
zijn en hun lichaam in de strijd gooien? Natuurlijk is daar een geschiedenis
aan voorafgegaan en begrijp ik het als je het bekijkt vanuit het perspectief
van de relatief korte vrouwenkunst-geschiedenis. Maar ik hang de vlag uit op de
dag dat het verandert! Mijn werk is ontstaan vanuit een kracht die ik zelf
nauwelijks kan benoemen. Ja, het gaat over seks. Ja, het refereert aan de pornopose:
het is rauw, in your face, het is privé
en fantasie, maar juist ook heel publiek. Het is het beeld dat we vaak op ons
eigen netvlies hebben staan: het is kunst, het is pose, het is reflectie. Dat
dit werk gemaakt is door een vrouw, roept andere reacties op dan wanneer het door
een man is gemaakt. Dat is jammer en dat moet eens gedaan zijn! 






HVC: Het waarom van daar zélf bijna in je blootje op een foto te staan –
om het met woorden van anderen te zeggen – is omdat je gewoon jezelf als
onderwerp altijd bij hebt. Geen gedoe met modellen.


HS: Ik denk niet dat het ‘bloot’ in mijn
foto’s de controverse oproept. Als ik liefelijk in schattige pose in een soft
focus of in een onstabiele pose, één been opgetrokken, één schouder omlaag, onschuldig
met blote tepel en bosje schaamhaar dromerig naar de camera had geglimlacht, was
er niets aan de hand geweest. Maar dat doe ik niet. Ik keer mezelf binnenstebuiten
en leg dat vast, zonder restricties, schaamteloos en zonder taboe. Dat is de noodzaak
van de zelfportretten; daarom moet ik het zelf doen. En ik gebruik geen
modellen.






HVC: Maar stiekem ben je toch een beetje exhibitionistisch, zeg je. Het
woord erotisch daarentegen, vind je niet mooi klinken.


HS: Erotiek vind ik persoonlijk een te soft
woord. Er zijn woorden waar je een hekel aan kunt hebben; bij mij is dat het
woord erotiek. In het woord erotiek zit geen seks, ik krijg er associaties bij
van liefelijke, schattige naaktposes. Maar ik geef toe, dat is mijn
persoonlijke interpretatie.
HVC: Social media versus Hester Scheurwater: Facebook is daarin je
stokpaardje. Facebook is looking and being looked at, een stad die nooit
slaapt, zeg je. Máár, toch met een sociale controle en eigen regels: er mag
amper een tiet te zien zijn.
Met ‘My Daily Uploads’ wilde je die grenzen van sociale media testen. Maar
controverse is er alleen maar in het oog van de kijker, zeg je.


HS: De hierbovenstaande tekst gaat over een ongoing Facebookexperiment van vijf jaar geleden, toen Facebook net
een groter publiek kreeg en toen nog niet geheel duidelijk was wat wel en wat niet
mocht en waar en hoe je dat kon regelen, checken, managen. Voor mij was Facebook
een platform waar iedereen bezig was met exhibitionisme en voyeurisme, want hoe
raar is het om op een podium met publiek te vertellen dat je koffie drinkt in
een café om de hoek. Ik wilde daar iets mee doen en zag dat podium, het online
social platform, als de publieke ruimte. Ik ben begonnen met mijn gespiegelde
zelfportretten in deze publieke ruimte ‘terug te spugen’: ‘shooting back’. Het
bleek niet alleen een platform voor exhibitionisme en voyeurisme, maar ook een
platform van sociale controle en de macht van de minderheid, en precies die
controverse ‘in the eye of the beholder’, daar ging het om, de beholder met
macht, want bij één report moet Facebook al actie ondernemen en kunnen ze je
account – toen nog onaangekondigd – afsluiten. Heel wonderlijk. Nu is Facebook
al lang niet meer het enige platform om mijn werk te tonen, eerder om het aan
te kondigen. 






HVC: Je hebt jezelf een tijdje afgevraagd of je (nog) wel kunst aan het
maken was… Waarom?


HS: Ik ben kunstenaar in hart en nieren, al van jongs af aan. Ik heb
nooit getwijfeld aan mijn kunstenaarschap, wel aan mijn methode. Met mijn
videowerk presenteerde ik pas het eindresultaat na maanden monteren in de
galerie of in een bioscoop. Bij ‘My Daily Uploads’ deed ik iedere dag een
upload, op het moment zelf, waardoor ik soms twijfelde aan de kwaliteit van een
onderdeel. Sommige foto’s waren achteraf gezien misschien niet het uploaden
waard. Maar het ging om het proces en de context en het onderzoeken van dat privé-/publieke
terrein. Het ging me minder om ieder afzonderlijk beeld.
HVC: Hoe bouw je meestal jouw expo’s op? Het is toch een ander gegeven:
de (meerwaarde)kijker moet bewust een drempel over stappen om je werk te
bekijken.


HS: Als ik tentoonstellingen maak, gaat het me veel meer om formele
aspecten van mijn werk. Dan maak ik wel selecties van de goede en beste foto’s
en maak ik een weloverwogen keuze om mijn werk zo sterk mogelijk te presenteren
en over te brengen. Zo ook met het maken van boeken en zines.

HVC: Je moet wel een sterke vrouw zijn als je je letterlijk en
figuurlijk kwetsbaar durft op te stellen… én al die kritiek weet te verdragen… Terwijl
wat je ‘buiten jouw werk’ ziet, véél seksexplicieter is, zeg je. Ik vermoed dat
een van je doelen ook discussie losweken is en daar ben je alvast in geslaagd.
En je drive is niet te stoppen. Je wilt graag je boodschap verder uitdragen,
las ik.


HS: Ik doe wat ik moet doen, het moet gebeuren… De vaak heftige
reacties op mijn werk tonen aan dat, wanneer je een laag weghaalt en je als vrouw,
model en maker alles in een bent, én het privé-inkijkje en het zelfbeeld
publiekelijk inzet, dat mensen daar anders op reageren: niet het werk zelf,
maar de maker (ik) wordt moreel of fysiek beoordeeld. Het gaat niet meer om de
inhoud. Ook het thema seks blijkt nog lastig, want ‘sex sells’ en seks is een
‘makkelijk’ onderwerp. O ja? Waarom dan? Waarom is seks een makkelijker onderwerp
dan bijvoorbeeld ‘bomen’? En waarom zegt men nooit: “Werk jij met ‘bomen’? Dat
is makkelijk. Als je als kunstenaar met het thema ‘bomen’ werkt, moet je je
werk wel theoretisch onderbouwen, anders zijn het maar gewoon platte bomen.” Lang
leve de dag dat dit soort opmerkingen tot de verleden tijd behoren.
HVC: Hoe zit het tegenwoordig trouwens met de seksuele vrijheid van de
vrouw? Zijn we zo vrij als we denken? (Want jij durft ook soms met de ogen van
een man te kijken.) Zelf ga je in het gewone leven ook graag overdressed op
pad, zeg je …


HS: Seks lijkt nog steeds veel geaccepteerder in het domein van de
mannen dan in het domein van de vrouwen. Kijk naar de reacties op mijn werk.
HVC: Wat is je meest absurde fantasie?

 HS: “De gedachten zijn vrij.” Dat heb ik van mijn moeder geleerd. Niets
is absurd.





Hilde Van Canneyt, copyright 2014
Foto’s: Hester Scheurwater

http://www.hesterscheurwater.com/

Het  interview verscheen ook in de uitgave van ‘Une femme est une femme’, nav de gelijknamige expo (sept 14) in het PAK in Gistel. (B)   http://www.pakgistel.be/


Hester Scheurwater stelt tentoon: 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.