Categorieën
Interview

Interview met Ben Benaouisse

 Op de hoogte blijven van de nieuwe interviews? Schrijf je hier rechts in op de nieuwsbrief

Interview
met Ben Benaouisse, Wetteren, nov 2013, afgewerkt juli 2015.

Hilde Van Canneyt: Hallo Ben, we zijn hier samen op
je expo in LOODS12 te Wetteren. Voor ik hier binnentrad, wist ik niet waaraan
me te verwachten, maar toen ik net binnenkwam, was het nog minder wat ik
verwachtte… We zien een veelheid aan werken: schilderijen, collages, werken die
op de grond zijn tentoongesteld, enz. Hoe ben je tot die opstelling
gekomen? Of met andere woorden: je kende die ruimte, werd dan uitgenodigd
en dan moeten er ideeën zijn ontsproten. 
Ben
Benaouisse: Ik vind het wel grappig dat je zegt “dat het niet op mijn werk
lijkt”. Al kan ik er wél inkomen. Het vertrekpunt van het werk dat je hier
ziet, was dat ik het resultaat van één jaar werken in mijn atelier wilde
tonen. Je kan het zien als een soort proces. 


Loods 12, Wetteren, 2013



HVC: Werken die je maakt terwijl je in je atelier
bent, maar toch geen deadline hebt?

BB:
Inderdaad. De mensen kennen mij vooral als iemand die projectmatig werkt en
nieuw werk maakt voor heel specifieke contexten. Hier wilde ik mijn
zoektocht tonen met kleine autonome werken. Het is de eerste keer dat ik
op die manier naar buiten kom: het is niet gelinkt met een thema of
een gebouw. 


Ladder, See brown, Listen white & Leave black, Loods 12


HVC: We zien hier in het midden ostentatief een
ladder staan met een doek om gewikkeld, vastgehecht met pleisters.
BB: Dit
is het vervolg op het werk dat ik voor Sint-Jan
maakte, de expo van Jan Hoet en Hans Martens. Dat werk was geïnspireerd op
de kruisafneming. Hier heb ik dat opnieuw geprobeerd. Het is ook een metafoor
voor schilderkunst: hout, doeken, kwetsuren, … 
HVC: Smaakt zo’n ‘iets klassiekere tentoonstelling’
naar méér?
BB: Ik
heb mezelf sowieso altijd gezien als een ‘klassieke’ kunstenaar. Ik ben geen
rariteit hè. (lacht) Soms wil men alleen maar dat zien: een Marokkaan die
danser én performer én kunstenaar is. Oké, dat is een waarheid en dat is
mijn verhaal. Ik heb ook geen opleiding, dus voor mij is dat al een
lange weg die ik heb afgelegd. 
HVC: In de kunstwereld word je sowieso mooi
opgepikt: alleen al de afgelopen maanden zat je in twee stadsexpo’s (Kortrijk Vlaandert, van provincie tot
provincie
en Coup de Ville in
Sint-Niklaas).
BB: Dat
is waar.


Invasif Ben Benaouisse, (foto Henri Krul)


HVC: Voor we verder rond je werken wandelen, laten
we eerst eens teruggaan naar je ‘verleden’. Zowel als beeldend kunstenaar als
ervoor als danser en performer, ben je autodidact. Ik weet dat je eerst
bij Victoria in Gent terechtkwam. Daarnaast heb je ook nog gedanst bij les
ballets C de la B, Victoria en Latrinité. Je creëerde ook enkele
soloproducties voor theater. In 2001 maakte je onder meer Het is Lam, in 2005 Art D-KOR
en in 2006 No Production.
Hoe is dat allemaal tot stand gekomen? Was je als
kind en in je jeugd dan constant aan het tekenen en dansen? Of aan welke
job dacht je? Je moet toch je brood verdienen? 
BB:
Dansen is de ultieme vorm, al de rest ligt in het verlengde daarvan. Ook
beeldende kunst. Ik denk niet zo in vakjes, Hilde. Ik kom uit een klein dorpje
in Wallonië. Ik was uitgenodigd voor een project en
dat is de reden dat ik naar Gent ben gekomen. Trouwens, in mijn jeugd was
ik altijd aan het lezen. Ik was de enige in mijn familie die een
bibliotheek had. Ik was een ufo voor die mensen. (lacht)
HVC: Ah zo ben je van dat dansen in de beeldende
kunst geraakt!
BB: Wel,
ik ben in Wallonië opgegroeid, ging daar ook naar school. En Dirk Pauwels,
oprichter van Nieuwpoorttheater, Victoria en kunstencentrum CAMPO, had me
uitgenodigd voor een project in Gent. En ik ben hier gebleven. Maar
als autodidact werk je sowieso van project naar project. Zo ben ik ook
begonnen. Dat is mijn school. En met de tijd ben ik gewoon meer
geëvolueerd naar installaties: in het begin als decor voor het dansen en
voor mijn performances. Zo is het gekanteld naar beeldende kunst. 
HVC: Dans je nu nog?
BB:
Minder dan vroeger.
HVC: Omdat je niet meer wordt uitgenodigd, of omdat
je fysiek minder de behoefte hebt? 
BB: Ik
doe nu gewoon iets anders. En iets maken (bv. een schilderij) is volgens mij
ook dansen. 


dansdiagram, 2011, Sediment, Ename

HVC: Een mens doet ook soms verder in iets waar hij
meer feedback van krijgt. Ik vermoed dat het als danser ook een moeilijker
parcours is. Als beeldend kunstenaar kan je bij wijze van spreken je werk
in een ruimte (gaan) plaatsen. 

In de catalogus bij de kunstroute Kortrijk Vlaandert, van provincie tot
provincie
(2013) las ik: “Hij ontwikkelt een artistiek parcours dat
vertrekt van het principe van toe-eigening en zoekt voortdurend een
houding ten opzichte van het hier en nu. Hij vraagt zich af wat hij als
kunstenaar nog kan toevoegen, want alles is al gedaan. Hij voelt zich een
dwerg op een reus.”
In Kortrijk maakte je op de grond, in de openbare
ruimte, tekeningen met verf, diagrammen en grondinstructies. Daarnaast had
je nog een fijne toevoeging. In het cafeetje waar tijdens de opbouw
iedereen samenkwam, kwam je een typische ‘artiest’ tegen. Aan hem vroeg je om
je zelfportret te maken. Nog met de natte verf hing je het werk lukraak
ergens aan de muur in de Budafabriek. 
BB: Ik
ben geen schilder. Ik ben een kunstenaar die schilderijen maakt.





HVC: Vertel eens over je actie op 19 april ’10 toen
je je als dakloze verkleedde en op het dak van de Gentse hoofdbibliotheek
ging staan. Dat was in het kader van Electrified
02
van S.M.A.K. en Kunstencentrum Vooruit. Je vroeg de passanten een
foto van je te nemen. Zo capteerde je de blik van de kunstenaar. 
BB: Ik
zie dat als een theaterstuk, al is dat minimaal. Ik zit op een podium – het dak
van de stad. Een dakloze op een dak. (lacht) Je hebt een soort scenario,
maar het is een open scenario. En je hebt een dialoog, maar het is een
open dialoog. En een onmogelijk scenario, want je staat te hoog om met
de mensen te spreken. Daarom heb je bijna alleen maar de act van het
fotograferen, wat ook een manier van communiceren is. 
HVC: Kan je ook iets vertellen over de Andy Warhol diaries?
BB: Dat
is een performance die ik in Brussel in 2m3 bracht. Ik moest een performance doen op 2x2x2 meter en
het mocht maximum 2 minuten duren, dus ik maakte een performance van 2 minuten.
Mijn opdracht, mijn doel, was om daar te blijven tot iedereen wegging. Dus
uiteindelijk duurde mijn performance superlang. Dat is spelen met de
conventies en de codes. De referentie aan Andy Warhol was dat hij eens Invisible sculpture heeft gemaakt, een
performance waarbij hij elke dag in een etalage stond.
HVC: Eigenlijk heb jij in de loop der jaren een
eigen oeuvre en gedachtegoed gecreëerd door ‘het te doen’, feedback op je
werk te horen, daar weer verder over na te denken, de woorden van
die anderen weer verder uit te dragen, enz. En zo blijft het
Benaouisse-balletje rollen. En op den duur sta je als kunstenaar
‘daarvoor’. 
In 2009 werd je uitgenodigd door het S.M.A.K. in
Gent. Daar maakte je Jan Fabre revisited,
een re-enactment van Fabres The Bic-Art
Room
uit 1981: een 72 uren durende performance waarbij de kunstenaar
zich liet opsluiten in een met kunstlicht verlichte witte ruimte. Jij
wilde zijn ervaring her-beleven. Het publiek kon alles op monitoren in het
museum volgen. 
BB: Toen
Jan Fabre klaar was met zijn performance, was het ‘gedaan’. Voor mij was het
een manier om een tentoonstelling te creëren. Daarna kon het publiek mijn
werk nog twee maanden bezoeken als tentoonstelling. Dat is een groot
verschil in uitgangspunt. Via een performance van Fabre heb ik werk
gemaakt. Precair werk via sporen op doeken, op meubels, op de muur, op
objecten, enz. dat dan ook een kunstvorm wordt. 
HVC: Sinds 2007 bestaat Fondamenta, wat een
Leitmotiv is voor: “Wat is er al gedaan? Wat kan je in je praktijk doen?”
BB: Dat
onderwerp komt vaak terug bij mij, we leven in een blasé-tijdperk. Ik heb dat Leitmotiv
voor een performance eens verlijmd naar: “Alles is al gebeurd, alles moet
nog gebeuren”. 
HVC: Je
richtte ook mee het cross-overmagazine A.A.G.
op (L’Aventure Avant-Garde, Athletics Association Ghent of All Already
Gone).
BB: Ik
heb dat opgestart in 2009. Dat is ook een van de projecten die ik doe – ik hou
ervan verschillende projecten te ontwikkelen. 
Binnen mijn
werk (o.a. installatiewerk en performancewerk) heb ik het project Novgorod
vzw. Eén onderdeel daarvan is dit tijdschrift, waarvan alleen het nummer 0
bestaat. (lacht)
HVC: Ondertussen heb je in december 2014 het
tijdschrift R.I.A. / articulations
opgestart met kunstenaar Thierry Mortier.
BB: Ja,
dat klopt. Thierry is een vriend van mij. Ik vroeg hem om tot onze dood samen
te publiceren. Dan heeft hij zijn eigen tijdschrift opgericht en ik het mijne:
twee tijdschriften in één. We stoppen als er een van onze sterft. 
HVC: Een ander Leitmotiv van jou is ‘herhaling’,
‘recyclage’ en ‘onderzoek’.
BB: Mijn
expo in Coup de Ville is daar het
resultaat van. P.O.L.Y.T.I.E.K. als
fusie van twee woorden: polyptiek en politiek.  
HVC: Kan je iets vertellen over die installatie in
de kunstroute Coup de Ville (2013) in
Sint-Niklaas, waar Stef Van Bellingen curator van is?
In de catalogustekst las ik: “Ben Benaouisse reist
doorheen de maatschappij en de kunst met een alerte geest en een scherpe
blik. Geen medium of drager laat Ben onverkend. Hij gebruikt het democratisch
podium van de straat. De directe confrontatie met de toeschouwer schuwt hij
niet.” Mooi geschreven ook: “Hij recycleert en herbevrucht materialen of
denkwijzen, hij buigt zich over evoluties en sociale situaties. Hij test
het vermogen van de kunst in deze tijd en onderzoekt de rol ervan in onze
samenleving.” 
Je werkt bij voorkeur vanuit datgene wat reeds
bestaat. Hier verzamelde je afgedankte materialen (met in het achterhoofd
Joseph Beuys, Marcel Broodthaers en Robert Rauschenberg), las ik. Voor
deze expo was de basis de polyptiek. Leg eens uit.
BB:
(fluistert in dictafoon: “Hilde is nu eventjes weg om wat olijven achterover te
gaan slaan.”)
Hilde,
mag ik jou een paar beelden sturen?
Une image est plus forte
que tout discours
.
Coup de Ville, 2013





HVC: Je werkte er ook op verder in de kunstroute Art traces across the Western Front,
in Langemark-Poelkapelle (lente/zomer ’15).

BB:
Inderdaad. Wat ik daar gemaakt heb, is gebonden aan de geschiedenis van die
plek (het eerste station dat later een brandweerkazerne werd). Het thema van de
tentoonstelling is de gasaanval tijdens de Eerste Wereldoorlog. Met al die
elementen heb ik een nieuw werk gemaakt, in situ.
Voor
mij is alles ook altijd een antwoord op alle installaties die ik eerder heb
gemaakt. Ik probeer dan ook een openheid te hebben naar andere objecten,
andere verhalen, andere … Ik zie dat ook als politieke gestes. Dat staat
los en tegelijkertijd niet los van wat ik in mijn atelier maak. 


Art traces across the Western Front, Langemark-Poelkapelle



HVC: Zijn er projecten die ik over het hoofd zie en
hier toch wel een plaatsje verdienen?
In 2013
maakte ik een permanent werk binnen de muren van het Troubleyn Theater van
Jan Fabre in Antwerpen en nam ik deel aan de groepstentoonstelling Friends & Neighbours ter gelegenheid
van de opening van de nieuwe studio van Koen van den Broek. 
Daarna
organiseerde ik met Philippe Van Cauteren (artistiek directeur van
het S.M.A.K.) een tentoonstelling rond en met het medium performance: Deel I, De Inleiding. Met Honoré d’O,
Angel Vergara, Bart Stolle, Loek Grootjans, Michiel Albrecht en Benjamin
Verdonck. De tweede editie, Deel II, De
Inleiding,
heeft – twee jaar later – net plaatsgevonden in het S.M.A.K.
Begin
2014 toonde ik voor het eerst, tijdens de tentoonstelling La Vérité en Peinture – Manifold Positions and Possibilities in
Painting
, mijn zwarte schilderwerken als autonoom werk binnen mijn oeuvre
(expo met werken van o.a. Mario De Brabandere, Jus Juchtmans, Ermias
Kifleyesus, Shelley Meert, Greet Van Autgaerden, Oscar van der Put en Marilou van
Lierop en gecureerd door Hans Martens in Kusseneers Gallery).


schilderij ‘black’


In de
zomer van 2014 nam ik deel aan de groepstentoonstelling Summertime in de galerie van Kristof De Clercq (met werk van
Johan De Wit, Klaas Kloosterboer, Christophe Lezaire, Agnes Maes, Vicken
Parsons, Jürgen Partenheimer, Frank Van Hiel en Guus Van Der Velden). 
Momenteel
werk ik aan nieuwe werken en waarschijnlijk toon ik ze in januari 2016 ook in
deze galerie.
Eind 2014
toonde ik met de tentoonstelling Artist’s
PROOFS / EPREUVES d’artiste
in galerij Jan Colle, via een nieuwe reeks edities
die ik speciaal voor de gelegenheid gemaakt heb, een artistieke
retrospectieve over het parcours dat ik de voorbije twintig jaar aflegde (1993/94
– 2014) in Gent. 
Artist’s PROOF/EPREUVES d’artiste, 2014, Jan Colle (foto Griet Van de Velde)
  


HVC: Je werk gaat heel breed …
BB:
Inderdaad.
HVC: Je werkt ook rond identiteit … Denk je dat je
dezelfde carrière in Marokko had kunnen uitbouwen?
BB: Neen,
nooit. Maar voor de duidelijkheid: ik ben in België geboren. 
HVC: Volg je de Marokkaanse kunst?
BB: Van
ver. Ze doen wel een poging om mee te zijn. (lacht) 
HVC: Wriemelt het al in het buitenland?
BB: Nog
niet, maar ik werk eraan. Als kunstenaar is het vitaal dat je naar het
buitenland gaat.
HVC: Sommigen zijn al blij dat ze in hun dorp ‘den
artiest’ worden genoemd.
BB: Ja,
ik weet het. 
HVC: Met welke kunstenaar zou je jezelf
vergelijken?
BB: Met
drie Belgen: Raoul De Keyser, Marcel Broodthaers en Thierry De Cordier. Met alledrie
tegelijkertijd. 
En het is
heel bewust dat ik voor deze drie Belgen kies. Voor mij is het de enige weg die
ik nog kon nemen binnen een geglobaliseerde kunstwereld. In een tijd waarin internationale
artiesten de norm zijn, kies ik voor Belgische kunstenaars als baken van mijn
artistieke ontwikkeling.  
Er zijn
nog andere kunstenaars met wie ik mij vergelijk, maar dat hou ik nog even voor
mij. 
HVC: Indien je geld zou hebben, heb je een bepaalde
droom voor ogen om een installatie te maken? 
BB: Er
staan veel projecten op papier die wachten tot er interesse of een mogelijkheid
voor is … Zo heb ik een installatie in gedachten met als titel La chambre froide. Van buitenaf ziet
het er een white cube uit. Binnenin is er, door een frigosysteem, een
afgekoelde ruimte met op de grond een reproductie van Khadaffi, gemaakt
van was – bijna een reproductie van alle beelden die we toen in de media
hebben gekregen. 
HVC: Hoe ziet je werkdag eruit? Je staat op, vrouw
en kind zijn het huis uit, en … Heb je een vaste planning?
BB: Ik
heb een atelier, maar ik werk heel organisch. Soms werk ik thuis, soms in het
atelier, soms werk ik een nacht door … Ik werk overal waar ik kan werken.
Ook op sociale media zoals Facebook.
HVC: Om te eindigen: wat zijn verder nog je dromen?
BB: Oei,
dat vind ik een moeilijke … 
HVC: Denk er maar eens over na, Ben! 



Hilde Van Canneyt, copyright 2015
Ben Benaouisse stelt tentoon:
Art traces across the Western Front, Langemark-Poelkapelle

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.