(Bijna) lente 2026
INTERVIEW MET MANON DE CRAENE
Ik tref Manon De Craene in een van de vele Gentse Nucleo-ateliers, vlak bij café ’t Floere Foefke. Ook op BADAFF te Gent vindt u haar werk bij CAS gallery. Een voorproevertje!

Hilde Van Canneyt (HVC) Let’s start, Manon! We zitten hier in je atelier, omringd door grote vierkante schilderijen van 140 x 140 cm. Achter mij hangen werken van dertig op dertig en vijftig op vijftig centimeter. We ruiken koffie – onontbeerlijk in alle ateliers. We zien een werktafel waar verftubes op liggen, wat mengborden, een vloer met verfspetters… Kortom: een schildersatelier. Voilà! Hoe zullen we het interview starten? Bij de bron! Ik veronderstel dat je een jong meisje was met schattige bruine krullen dat veel aan het tekenen en schilderen was en op haar zestiende dacht: ‘Ik word kunstenares!’
Manon De Craene (MDC) (lacht) Eigenlijk niet. Tot mijn twaalfde was ik daar totaal niet mee bezig. Mijn mama’s vriendin had een dochter die even oud was als ik en die moeder was de hele tijd aan het stoefen over het feit dat ze zo mooi kon tekenen. Die dochter had zo’n boekje met getekende modellen waar je de kleren al tekenend, zelf kon verzinnen. Ze bleef maar zeggen: ‘Kijk hoe fantastisch dat ze dat heeft gedaan!’ Daarna zei ik tegen mijn mama: ‘Ik kan dat ook!’ Ik schreef me in aan de kunstacademie et voilà. Dan bleek dat ook nog iets te zijn waar ik goed in was en waaraan ik bovendien veel plezier beleefde. Dus een dubbele win!
HVC Was daarna het kunsthumaniora een bewuste keuze?
MDC Ja. Ik trok eerst naar de Maricolen in Brugge. Van mijn vierde tot mijn zesde middelbaarvolgde ik les in het kunsthumaniora Sint-Lucas te Gent. Daarna volgde ik een Master schilderkunst aan de Luca School of Art Campus Gent en een D-cursus. Ik bleef daarnaast ook modellessen volgen in avondonderwijs.
HVC Een frisse dartelige bezige kunstbij! Wat ik las, is dat je vroeger eerder met herkenbare organische elementen aan de slag ging, maar steeds vaker evolueerde naar vlakke patronen en lijnen, en het steeds meer een soort vrije expressie begon te worden. Zo is het tot op de dag van vandaag: dat je je net in die vrije expressie van de werkelijkheid probeert uit te drukken. Kunnen we het zo stellen dat je niet vertrekt van basisbeeldmateriaal, zoals bij zovele kunstenaars wel het geval is?


MDC Ik start eigenlijk van het witte doek. Tenminste: van wat ik meeneem tijdens mijn wandelingen, het pendelen, het onderweg zijn, zoals indrukken en interacties. Wat wel belangrijk is: voor ik start, is de verplaatsing belangrijk. Vaak doe ik dat te voet, zodat ik intussen vibes kan opdoen. Ik verzamel ook wat ideeën door de week. Ik sprokkel stukjes zoals kleurencombinaties of ergens een harde schaduw. Dat zijn dingen die in mijn hoofd zweven en vervolgens misschien uiting krijgen in mijn werk.
HVC Hoe moet ik me dat voorstellen? Je komt hier op je atelier, schenkt jezelf een koffietje in, zet al dan niet een muziekje op en trekt ten aanval?
MDC Zonder de koffie (knipoogt): koptelefoon op en direct beginnen!
HVC Ten aanval! Is het dan zo dat je intuïtief verder werkt aan wat je in je atelier rond je ziet staan en hangen? Zo van: “Hé, deze heeft hier nog even een extra ‘kriebel’ nodig.”
MDC Ik neem telkens foto’s als ik van mijn atelier vertrek. Die bekijk ik af en toe doorheen de week. Dan denk ik na over welke actie ik nog kan ondernemen. Eens in het atelier, begin ik direct. Meestal start ik met de grote doeken, omdat ik daar energiegewijs het meest op kan werken. Dat is zowat de main focus. Erna of tussendoor komen die kleine formaten, als ik denk: dat is een interessante kleur, ik kan dat daar nog kwijt. Of soms kuis ik mijn penselen uit op een klein werk om van daaruit verder te schilderen. Ik maak die kleine werken meestal op de grond. Als ik ze fotografeer, zijn ze op camera even groot van formaat als mijn grote doeken. Het is interessant om te zien welke ‘vrijere’ keuzes ik in een klein werk maak. Deze acties probeer ik dan weer mee te nemen naar een groter werk.


HVC Je komt een twee- tot drietal keer per week naar je atelier voor een geconcentreerde sessie. Omdat je daarnaast nog – zoals de helft van de kunstenaars in België – lesgeeft in het DKO. Hoe zou een ideale kunstenaarspraktijk eruit zien als je écht kon kiezen? Zou je eerder opteren voor een aangrenzend atelier aan je huis? Wil je er idealiter elke dag werken?
MDC Ik weet niet meteen of ik een atelier bij mij thuis wil, aangezien die weg ernaartoe belangrijk is om te bewandelen. Ik vind het ook zinvol om weg te zijn van thuis, en dat je atelier een eigen ruimte is. Ook hou ik ervan dat je omringd wordt door andere mensen, zoals in de Gentse Nucleo-ateliers.
Ik droom sowieso van een veel ruimer atelier met meer licht, zodat ik op die manier aan meer grotere doeken tegelijkertijd kan werken, dat is mijn target! (lacht) Nu ben ik door de beperkte ruimte genoodzaakt om aan twee grote werken tegelijk aan de slag te gaan. Idealiter zou ik willen blijven werken in het DKO. Het dwingt me om scherp te blijven, laat me nieuwe dingen ontdekken en gericht opzoekingswerk doen. Op deze manier kan ik meer finetunen waar ik zelf mee bezig ben, omdat ik vaak kunst moet ontleden als ik lessen maak. Ik werk graag in intervallen en korte, krachtige acties, ik zou hier elke dag willen komen, maar niet té lang.


HVC Sinds vijf jaar werk je op vierkant formaat. Je hebt je werk al eens met een flipperkast vergeleken. Vele vormen en kleuren, lijnen die langs alle kanten wegschieten en snelle sporen die ontstaan en verdwijnen. Waar je graag rond werkt, is contrast en tegenlicht. Ook wilde impressies van verf, dubbele gelaagdheid, kleurresonanties, speelsheid, enzovoort ,zijn schildertargets. Wat je eveneens interessant vindt, zijn suggesties van ruimtes zoals kunstenaars Matthias Weissher, Edward Hopper, en de ‘Play within a play’-werken van David Hockney sterk in zijn. Je houdt dus duidelijk van schilders die eerder realistisch werken.
MDC Ja! Denk aan ruimtesuggesties, het binnen versus buiten gevoel. Alles wat je uitnodigt te kijken in het werk, maar waarin je niet helemaal kunt binnengaan en waardoor er invulling ontstaat. Schilderijen waar je als kijker verder in wil wandelen, je als het ware delen wil zien die net niet geschilderd zijn. Dat boeit me enorm. De eerste kunstenaar die ik echt fascinerend vond, was Edward Hopper. Het resonerende licht, maar ook het glurende en bijna voyeuristische gevoel dat je ervaart in zijn werk. Kijken naar mensen is altijd spannend, maar wie ben ik in dit verhaal en wie of wat bekijken ze? Vroeger had ik eigenlijk helemaal niets met iets dat niet direct leesbaar was. Ik wilde misschien wel realistisch werk maken, maar dat zit gewoon niet in mij. Er zijn blijkbaar andere dingen die eruit moeten komen. (lacht) Dus ik probeer me mee te laten slepen door het moment, gewapend met een vast formaat, kleur en een focus. Wat niet altijd makkelijk is. Pas achteraf kom ik tot reflectie.
Trouwens, ik word vaak vergeleken met Belgische kunstenaar Maurice Wyckaert. Er wordt af en toe een link gelegd met mijn werk. Onze werken resoneren blijkbaar.

HVC Collage, het puzzelachtige; spreekt je enorm aan en apprecieer je eveneens bij je collega’s. Denk aan de collageachtige landschappen van Neo Rauch, Daniel Richter of Christina Cequales, maar ook Pierre Bonnard kan je smaken, wegens zijn interessante composities en kleurgebruik. Waarbij we Rothko en de resonanties van de colorfield painting niet mogen vergeten! Die collages zijn eigenlijk een samenvoegen van elementen. Daarnaast creëer je ook je aquarellen. Dat zijn geen voorstudies, maar iets dat je naast je praktijk doet, los van het atelier.


MDC Die aquarellen zie ik eerder als een speelveld, een soort schetsboek. Ik onderzoek hoe je witruimte kan behouden en hoe ik vormen laat ontstaan. Met olieverf kan je makkelijk lagen overschilderen en opnieuw beginnen. Aquarel is een heel directe actie. Ik zoek hoe ik gelaagd met kleur kan omgaan en hoe transparantie een rol kan spelen. Kleur is dan ook een belangrijk onderdeel in mijn verhaal. Ik kan me moeilijk beperken in kleur. Me uiten in drie kleuren? Nee, bedankt! (lacht) De aquarellen worden trouwens buiten het atelier opgezet, op een andere plek of op residentie. Mijn collages ontstaan dan weer thuis aan een bureau. In de jarenlange gespaarde postkaarten van kloosterzusters verknip ik de bergen, meren en grotten tot andere vormen en plaats deze in een 3D collage waarbij ik een soort ruimte onderzoek. Ze zijn fragiel en vragen om een voorzichtige aanpak, wat haaks staat op hoe ik met mijn schilderwerk om ga. De collages leren me kijken naar toevalligheden. Zo onstaat er weleens een titel door een samenraapsel van woorden.

HVC Je ‘uitwrijfwerken’, zoals je ze noemt, zetten dingen in gang.
MDC Dat is iets in between. Daar smeer ik het allerlaatste stukje verf op uit. Deze papieren bladzijden gaan soms jaren mee. Laag per laag veranderen ze elke week. Zo registreren ze bepaalde periodes in het atelier. Op een dag wil ik deze een plek geven.
HVC Ik gluurde al stiekem of ik schetsboeken zie rondslingeren…
MDC De laatste jaren had ik niet echt een schetsboek. Wanneer ik teken, doe ik dit ook graag op losse bladzijden. Deze tekeningen kunnen zo in een andere volgorde worden geplaatst en zijn zo niet tijdgebonden. Ik zie het als een soort van dominospel met beelden.


HVC Je schilderijen zien er vaak uit alsof ze “gewroet” zijn. Alsof het voor jou nooit makkelijk is geweest.
MDC Hmm ja, Ik vind dat een werk lang genoeg moet leven en een tijd in mijn nabijheid bestaan om tot stand te komen. Omdat ik eerder snel werk met snelle korte acties, gebeurt er in de eerste lagen al wat. Maar dat spreekt nog niet. Er moet iets gebeurd zijn, het moet wat afgezien hebben, al hoeft dat niet super zichtbaar te zijn. Ik wil lagen van tijd tonen, wil een korte aanval van energie gaandeweg doen loskomen. Een actie kan ook een volledige verwoesting van het onderliggende beeld betekenen. Deze zigzaggende aanpak houdt mij fris en gebalanceerd.
HVC Omdat je vaak alleen geconfronteerd wordt met je schilderijen, is er ook het gevaar dat je ze dood werkt en erover gaat. Is het dan niet ook gevaarlijk wanneer je weet dat je een tentoonstelling in het verschiet hebt? Je toont werken die tegelijk ontstaan zijn. En als je ze dan ziet hangen in een expo – wat opnieuw een confrontatie is in een andere ruimte – kijk je er met een soort derde oog naar. Laat staan dat je dan nadenkt wat een andere kijker ervan vindt. Vind je dat niet moeilijk? Wanneer is een werk – tenminste voor jezelf – af? Keer je het beeldvlak soms om, met het “gezicht” naar de muur?
MDC Dat is altijd een moeilijke vraag: wanneer is iets klaar? Als de compositie goed zit, de kleuren spreken, het mee met me gereisd heeft… Het is een gevoel. Ik heb weleens geprobeerd om werk te tonen dat volgens mij nog niet helemaal af was. Bij de laatste twee tentoonstellingen voelde dat niet goed. Andersom gebeurd natuurlijk ook en soms is dat even balen, omdat het “al beter heeft gestaan”.

HVC Ik heb vaak de gewoonte om je schilderijen te kantelen. De onderkant wordt dan bovenkant of zijkant. Gelukkig neem je me dat nooit kwalijk. Dat is zo’n discussie waar niemand gelijk heeft – alhoewel: de kunstenaar heeft altijd gelijk.
MDC Ik vind dat wel oké. Het is ook de vrijheid van degene die mijn werk ophangt of koopt: dat je het kan hangen zoals je wil. Ik ontwerp het sowieso langs alle kanten, draai het rond. Natuurlijk heb ik een eigen voorkeur.
HVC Je doet geregeld mee aan groepstentoonstellingen, zoals vorig jaar in Laarne tijdens Art Scene, genaamd Huis12/Tuin08, waar ondergetekende curator van was/is. En dit jaar is er een nieuwe editie onder de naam Lara. Allen daarheen! (knipoogt) Het is als kunstenaar altijd een interessant moment om je schilderijen tussen al dan niet “bevriende kunstwerken” te zien dialogeren. Want hoe reageert de toeschouwer doorgaans op je werk? Ik kan me voorstellen dat mensen – zelfs uit de kunstwereld – niet altijd direct woorden vinden als ze je schilderijen aanschouwen.
MDC Ik hoor vaak dat er een bepaalde energie in hangt, dat er iets inzit dat op je afkomt. Eveneens dat je kan blijven ‘zoeken’. Daarnaast speuren veel mensen naar een landschap, of toch een soort referentie. Door met titels te spelen – soms absurde titels die voor mij iets betekenen, maar geen directe relatie hebben met het werk – probeer ik de toeschouwer te laten zoeken naar iets dat er vaak niet is, waardoor mensen misschien meer uitgenodigd worden om te kijken naar de lagen in het werk.
HVC Het is dus een misverstand dat je schilderijen landschappen zijn. Al hou je zelf van de 15e eeuwse geschilderde landschappen…
MDC Nee, dat is niet de bedoeling. Natuurlijk inspireert de natuur mij bijzonder. Ik hou enorm van tegenlicht, waardoor organische vormen bijna vlak worden en ontdaan zijn van details. Dat is misschien de link met het landschap. Er ontstaan structuren vanuit vormen die toch een organische toets hebben. Ik word wild van een harde slagschaduw van een plant op de grond. Daarnaast was ik altijd aangetrokken door naderend onweer, de wolken en regenbuien. Of de sfeer van een opbouwende storm, de wolken dreigend, maar zacht opeengestapeld, de veranderende kleur die een gevoel oproept. En dan is er een release, een totaal andere sfeer en groot contrast. Dat vind ik een fascinerend systeem: die cyclus van de zee die verdampt en dan regen wordt. Dit zijn elementen die voor mij een soort legende vormen. Ze keren vaak terug in mijn werk, maar niet letterlijk als een wolk of een regenbui, het gaat om die energie, de kleur en de tegenstrijdigheid.
HVC ‘Alles is kunst’, Manon!, zegt Robert Rauschenberg toch! (knipoogt) Alsook zegt ie: ‘De verantwoordelijkheid ligt bij de toeschouwer.’ Aha! Maar het is niet zo dat we er bij jou humor in moeten zoeken? Want de speelsheid van Erwin Wurm laat je niet koud.
MDC Niet direct. Ik ontleed soms titels uit flarden gesprekken tussen mensen of een voorbij wandelende tattoo. Of ets dat mij deed lachen. Er is zoveel moois te vinden op en rond de straat!
HVC Dat vind ik er ook van! Hoe weet je dat het ene werk noodzakelijker is dan het andere?
MDC Als het me meeneemt, een aanvoelen dus.
HVC Hoe ga je de dialoog aan met schilders uit de kunstgeschiedenis? Uiteindelijk blijven jullie als kunstenaars ‘dingen’ maken bovenop wat er bestaat. De kunstgeschiedenis is een landschap waarin al veel paden zijn bewandeld. Ik vermoed dat wanneer je werkt, je daar opnieuw doorheen wandelt en een spoor volgt om er dan weer vanaf te wijken. Die beelden uit het verleden blijven aanwezig, of anders leef je op een andere planeet. (knipoogt) Want ook jij positioneert jezelf toch als een “hedendaagse kunstenaar”?
MDC Als kind dacht ik soms: ‘Hoe kunnen mensen nu nog nieuwe muziek schrijven? Hoe is het mogelijk om nog iets nieuws te verzinnen?’ Het grappige is dat ik tegenwoordig zelf dingen maak en moeilijk een antwoord kan formuleren op die vraag. Voor mezelf is het beter om te proberen zo weinig mogelijk na te denken terwijl ik werk. Mijn hoofd moet zo vrij mogelijk blijven, zodat er pas dan een pure reactie ontstaat. Daarnaast kijk en snuister ik veel en reflecteer ik zonder grenzen.
HVC Wat drijft je telkens voort? Want schilderkunst is – zoals staat beschreven in The State of Painting van Luca School of Arts – een medium met een lange en bewogen geschiedenis. Ze werd gevierd, bekritiseerd en meermaals doodverklaard, maar telkens verschijnt ze opnieuw in andere gedaanten: als beeld, oppervlak en gebaar én als een gedachte die een vorm zoekt.
MDC Er is iets in mij dat zich wil uiten. Dat lukt het best in verf. Bij grafiek heb je al die processen en moet je stapsgewijs te werk gaan. Met verf zie je meteen resultaat. Je kan ingrijpen, wegvegen, aanpassen… Suits me better!
HVC En je hebt de controle!
MDC Ja. Ik moet dat ook alleen doen. Dat is belangrijk.
HVC De buitenwereld ziet vaak niet hoeveel twijfel en faalangst daarbij komt kijken.
MDC De dagen dat iets lukt zijn geweldig.
HVC Maar dan is het “klaargespeeld” voor jou, nog niet voor de kijker.
MDC Maar dan is het klaar voor de beoordeling, het plaatsen in een context, voor woorden, voor een web van dingen waar het kan vallen, kleven, verstikt geraken.. Maar het is er, schoon toch?
HVC Wat is een ideale tentoonstellingsplek voor jou?
MDC Ik zou graag eens al die schilderijen naast elkaar zien hangen, zoals een breed tv-scherm waar de volheid samenkomt. Een dertig meter lange muur waarop ze aangrenzend “leven”. Dan hoop ik dat er op die manier ook nieuwe puzzels ontstaan. Ik zie mijn schilderijen trouwens altijd een beetje als speelblokken.
HVC Je houdt ook van de theatraliteit van een bliksemschicht, onweer of een zonnestraal, én van christelijke taferelen.
MDC Ja, die theatraliteit, het verhaal, die sfeer. Love it!
HVC Deze zomer trok je naar Mexico. Kan je me vertellen hoe je daar te werk ging?
MDC Tijdens deze reis laste ik een periode in om twee weken te aquarelleren. Naast lezen, schilderen en verdampen in de brandende zon, zag ik bijzonder schone wolkenformaties, raakte ik verwikkeld in boeiende gesprekken, draaide ik PJ Harvey grijs én mocht ik hevige onweders meemaken. Er was niks te doen, maar er was véél. Er was minimale afleiding vergeleken met de prikkels die me hier omringen. Op voorhand leek het me zo beangstigend, maar het bracht een enorme focus. De rust overviel me, maar resulteerde in een reeks vibrerende aquarellen met veel kleuren.
HVC Je “schemertekeningen” in A5 ontwerp je altijd in stift. Ze zijn een vervorming van de realiteit: het zijn details die aan je worden onttrokken.
MDC Wanneer het buiten schemert, maak ik dat moment graag bewust mee, alsof ik het moét nemen. Je werkt van iets herkenbaars naar een bijna losse schriftuur, tekens,… Bijna als een ketting, een spel. Dat fascineert me wel. Ik wil sowieso steeds meer werken met verschillende formaten. Schilderijen en co samen plaatsen tot een geheel dat ogenschijnlijk niets met elkaar heeft te maken.

HVC Dat doet me eraan denken: we hadden zetten samen het absurde kunstproject kettingbrievenaanblanco in BLANCO te Gent op, waar de ene kunstenaar de andere uitnodigde voor onze expo. Resultaat: een expo met een hoek af. Mede door de nevenactiviteiten. (knipoogt) Héérlijk!
MDC Zalig was dat! Soms mag het wel eens wat vreemder.
HVC Graag! Nog Verdere kleine en grote kunstdromen?
MDC Groter werken, wat uiteraard een groter atelier betekent. En meer inzetten op residenties: ergens neerdalen en daar alleen bezig zijn met mijn werk. Dat is voor mij de beste optie. Ik ben heel productief wanneer ik mezelf ergens wegneem en elders weer neerzet. Daarnaast heb ik de droom ooit een speeltuin te mogen ontwerpen. Bring it on!
HVC Een speeltuin! Me like! Wat is het grootste compliment dat iemand over je werk kan zeggen?
MDC Wanneer ik vergeleken wordt met artiesten waar ik naar opkijk. (lacht)
HVC Wat toon je op de BAD-beurs? Galerie Cas uit Oostende/Zottegem nodigde je daarvoor uit.
MDC Ik zou zeggen: gewoon komen kijken!
@Hilde Van Canneyt
Manon De Craene stelt tentoon:
BADAFF – Het Arsenaal 19.03 – 22.03.2026
(Brusselsesteenweg 602, 9050 Gent)
