DeNode presents@Nodenaysteen: Merel Jansen (NL) Predikherenlei 4, 9000 Gent. Laatste weekend to see the show! 10 & 11 januari 26.
Gent, herfst 2025
INTERVIEW MET MEREL JANSEN (°1990)

Hilde Van Canneyt (HVC) Beste Merel, ik leerde je kennen in Nodenaysteen te Gent, waar je als het ware een duo-expositie met jezelf presenteert: de galerie werd recent met een extra ruimte verdubbeld en je toont er zowel figuratief als abstract werk. Maar voor we daarheen gaan, eerst even ‘rewind’. Was je als kind voortdurend aan het tekenen en knutselen? Of waren het je ouders die je meenamen naar musea? Of was je vader misschien een beroemd kunstenaar? (knipoogt)
Merel Jansen (MJ) (lacht) We bezochten weinig musea. Het kwam heel sterk uit mezelf. Mijn ouders waren wel creatief: er was altijd materiaal in huis en alles kon. Het mocht er vuil worden, de knutselrommel mocht blijven liggen, experimenteren was vanzelfsprekend. Maar de vraag wat ik wilde worden, heeft eigenlijk nooit bestaan, dat was altijd duidelijk. En thuis werd het alleen maar aangemoedigd. Ik wilde het vooral zelf ontdekken, niet via musea of kunstgeschiedenis. Dat kwam pas later. Hoe weinig wist ik bijvoorbeeld van christelijke kunst? Terwijl die in België natuurlijk alomtegenwoordig is! Daar vond ik uiteindelijk veel inspiratie. Kunstgeschiedenis boeit me enorm; ik ben echt mijn rugzak gaan vullen. Ik studeerde aan de AKI ArtEZ Academy of Art and Design in Enschede, een fantastische academie waar je enorm veel vrijheid krijgt. Dat betekende veel experiment, maar minder theoretische focus. Ik was 21 toen ik afstudeerde. Bijna al mijn werk werd à la minute aangekocht door AkzoNobel, het was meteen bam. Galeries toonden interesse, terwijl ik was opgegroeid met het idee dat je niet al te veel mocht verwachten van een kunstenaarsbestaan. Maar vanaf de dag dat ik mijn diploma had, ging het eigenlijk ongelooflijk goed. Daar was ik totaal niet op voorbereid, en al zeker niet op het leven ná de academie.
Ik trok terug in bij mijn ouders en richtte een atelier in op zolder. Vanaf dat moment was het alleen maar maken, maken, maken. Ik werkte met textiel, kreeg aandacht en publiciteit, maar was tegelijk diep ongelukkig, want ik experimenteerde niet meer. Plots werd het ernstig: dit is wat je doet. Terwijl mijn jeugd en academietijd juist bestonden uit openheid, leren en falen. Ik voelde me beklemd, alsof ik vastzat, omdat mensen nu eenmaal portretten met aquarel op doek van mij verwachtten. Toen ben ik eigenlijk gevlucht naar België (lacht). Ik zag dat er een textielopleiding was en dacht: oké, wat kan ik daar nog ontdekken? Zo kwam ik terecht bij Sint-Lucas Gent. Maar daar bleek ik al snel te vrijgevochten en te eigenzinnig voor het academische kader. De docenten wisten weinig met mij aan te vangen en omgekeerd. Het schoolsysteem verschilde sterk van Nederland en ik vond daar moeilijk mijn plek. Gent vond ik fantastisch, school niet. Maar die weerstand heeft me wel geholpen om me opnieuw vast te bijten in de schilderkunst.
Via de yoga leerde ik een vriendin kennen die schilderkunst studeerde aan Sint-Lucas. Ik herinner me dat ik in het atelier kwam, de geur van terpentijn rook en dacht: wat ben ik in hemelsnaam aan het doen? Ik moet hier zijn! Ik keerde terug naar Arnhem, waar ik nog mijn master behaalde. We spreken 2017. Ondertussen kreeg ik een job aangeboden als technisch adviseur bij een grote verffabriek – Royal Talens – en zo ging het verder.
HVC Via die vriendin Ilona kwam je in contact met het team van Nodenaysteen, en dat tijdens de Biënnale van Venetië, nota bene. Laten we nog even bij 2017 blijven.


MJ Ik ging nog kort door met textiel. Toen kreeg ik een relatie met een oud-klasgenoot uit Nederland, ook een schilder. Hij zei: “Merel, wat ben je eigenlijk aan het doen? Je bent teruggekeerd om te schilderen en nu zit je weer in textiel!” We waren toen in Parijs en ik smulde letterlijk van alle schilderkunst die ik daar zag. Dat was een kantelpunt. Ik dacht: oké, ik huur opnieuw een atelier en ga weer schilderen. Ik dook opnieuw de kunstgeschiedenis in, mede door mijn verblijf in België en mijn fascinatie voor de Vlaamse primitieven. Ik vind die kunst niet per se mooi, maar de verhalen zijn ongelooflijk rijk. Alles wat erin zit, fascineert me. Zo begon ik aan een herinterpretatie van het Lam Gods, om meteen maar bescheiden te beginnen (lacht).
HVC Kwam dat initiatief volledig uit jezelf, of was het een opdracht?
MJ Het was een innerlijke urgentie. Het moest gewoon gebeuren. Voor wie het was, deed er weinig toe. Ik denk dat ik iets toe te voegen heb. Dat klinkt arrogant, maar ik wil het zo volledig mogelijk tot uitdrukking brengen. Daarna zie ik wel wie het wil tonen.


HVC Moedig! Ik piepte even op je website. Tot en met 2023 zien we portretten, individueel en in groep. Je ziet dat je ‘scholing’ had, in de zin van hoe je de gezichten oploste, het suggestieve van de achtergrond aanpakte, etc. Al vertelde je me al dat je op de academie absoluut niet leerde schilderen, dat moest je zelf uitzoeken. Sowieso had en heb je die goede schildersswung in je. Ik vermoed dat het anders werken is aan ‘personen’ dan helemaal vanuit jezelf de diepte van het abstracte in te gaan. Is het nu anders naar je atelier trekken dan toen je louter figuratief werkte? Nu heb je die personages niet meer in je hoofd. Je denkt niet: ‘Ah, ik moet nog even die mantel afwerken en die afgrond en oh ja, die neus zit nog niet zo goed.’
MJ Maar ik denk dat ik heel graag de mensen om me heen wilde houden. Tineke, al heel lang mijn beste vriendin, hangt ook uit in de galerie. Door mijn vele verhuizen, was ik altijd bang om mensen te verliezen.

HVC Het vraagt nu meer innerlijke kracht, vermoed ik. De weg is lastiger, maar in the end komen jij – en je werk – er sterker uit. Als het werk bruist, de kleuren en vormen matchen – matchen is een slecht woord – ik zou zeggen vibreren, of als ze vechten om een plaatsje vooraan te krijgen en ook winnen en een ‘onevenwichtig evenwicht’ bereiken. Nu trek je naar je atelier, hang je wat doeken op, zet je een goed muziekje op en storm je erop los. Of is het net omgekeerd, heel gedecideerd het doek benaderen, weggaan, terugkeren, etc…
MJ Het is bijna een soort triatlon. Ik zet inderdaad muziek op die voor mij erbij past; hoe ik mij op dat moment voel. Dat is heel bepalend hoe ik begin. Maar ik weet ook dat dat uiteindelijk helemaal iets anders kan zijn dan wat ik aanvankelijk in mijn hoofd had. Het gaat er vooral om om in die flow te komen en daarin een soort energie kwijt te kunnen en vanaf dan verder te gaan. Als ik eenmaal het eerste onderdeel van de triatlon heb, moet ik echt even stoppen, uithijgen en kijken: oké, maar wat gaat het volgende dan zijn? En wat erna? Het kan weken duren, maar het is een opeenstapeling van allemaal best wel fysieke werken eigenlijk.


HVC Als je op een gegeven moment in euforie denkt: “Het is af!”, laat je het schilderij dan bewust een nachtje rusten alvorens ‘het te signeren’ als ‘af’? Laat je het een tijdje chambreren, zoals we wijn laten ademen om zijn juiste smaak te bekomen?
MJ Ja. Soms denk ik achteraf: een uur geleden was het beter. Dan probeer ik terug te keren. Als iets af is, moet ik het meerdere dagen na elkaar zien. Het moet echt kloppen.
HVC Is het atelier een plek die je aantrekt, of moet je jezelf ertoe aanzetten?
MJ Ik móét daar zijn. Ook als ik me slecht voel, ziek ben of een kater heb. Alleen al de mogelijkheid dat er iets kan gebeuren, is genoeg. Dat er beweging is, in mijn hoofd en in het werk.
HVC Gewoon aanwezig zijn, om het moment niet te missen. Het is ook fysiek op die plek zijn. Er is zo’n quote in verband met creativiteit; enfin, dat je gewoon op een stoel moet gaan zitten en beginnen. Ik moet mij sowieso vastkleven op mijn stoel of er gebeurt niks. (lacht) En bij jullie kunstenaars is het veelal in het atelier zijn en rondlopen, voelen, kijken, opruimen en af en toe achter die schildersezel kruipen. (knipoogt). Het gaat erom er te zijn om ‘het’ niet te missen.
MJ Sommige werken zouden er niet zijn geweest als ik die tijd niet had doorgebracht in het atelier.
HVC Je huidige abstracte werken variëren in formaat. Is dat intuïtief?
MJ Het idee is altijd het belangrijkst. Hoe ik me ook voel, ik zet me ertoe. Kunst primeert. Met een kater schilder ik liever niet, maar dan ga ik het mezelf kwalijk nemen – dan wordt het gewoon slecht werk. Dus dan ga ik maar groot (lacht). Sowieso begint een idee met de vraag om een bepaalde grootte, maar klein of groot formaat is eigenlijk niet aan de orde. De keuze is inderdaad gevoelsmatig: wat moet, dat moet…


HVC Heb je een (sociaal) bijbaantje naast je (solitude) schilderen?
MJ Soms wel. Ik ben altijd alleen in mijn atelier. Altijd. En ik hou erg van mensen, dus ik geef af en toe schilderles, waardoor ik weer even input krijg qua energie. Los van dat het geld dat je ermee verdient, is het fijn om eventjes uit deze bubbel te breken, anders wordt het je wereld. Het moet iets zijn waar je weer uit kan stappen. Daarom teken en schilder ik thuis niet, daar is echt slapen, eten en met de kat knuffelen.



HVC Ik neem een greep uit je titels: Kuiltje, Up, Zij, Zand erover, Misschien groeit het wel uit tot iets anders, Vanzelf, Speeltuin, Hoeft niet,… De titels breng je achteraf aan. Maar eigenlijk weet je als je begint te schilderen over wie of wat je schildert, al steek je er voor ons de kijker niet echt een boodschap in. Titels kunnen ons sowieso sturen of uit evenwicht brengen. Of bij sommige kunstenaars: te veel verklappen.
MJ Klopt! Dat hoop ik enigszins. Ik heb maffe titels die niks zeggen. Eigenlijk wil ik iedereen van het ene verkeerde been op het andere verkeerde been brengen. (lacht) Ik wil mensen ook niet vastleggen, maar zelf laten doén. We worden tegenwoordig al heel veel gebombardeerd met beelden en (fake) nieuws. Wat is nog echt? En wat moet je geloven? Aan welke kant sta je? De reden waarom ik naar abstractie ben gegaan, is terugkeren naar onze basis, naar wat écht is: ons (onderbuik)gevoel waar we op kunnen vertrouwen; onze ervaringen en visies. Wat waarheid is, is voor iedereen iets anders, en dat mag (en moet!) er zijn. Dat is wat ik op het doek wil zetten en moge het een uitnodiging zijn om zelf met kleur, vorm en compositie aan de gang te gaan.
HVC Staat genoteerd! (knipoogt) Goede kunst is voor mij evengoed de kunst van de twijfel, de mislukking, de vrijheid. Jij brengt met je werk duidelijk ook schoonheid, de esthetische uitwerking is belangrijk.
MJ Dat klopt.
HVC Sinds de start van je tekenen voel je je, sinds je abstract werkt, het dichtste bij jezelf. Telkens als je (door)werkt op je doek, komt er een verrassing uit; wat het ook boeiend maakt voor jezelf. Die vibratie met die kleuren is voor jou het eerlijkste. Ik vind het makkelijk om over ‘een stijl’ te spreken, maar eigenlijk is het geen ‘stijl’, eerder een handschrift. Want voor je het weet kan het ook weer een ‘stijltje’ worden. Net zoals kunst een ‘kunstje’ kan worden. Je schilderijen zijn ook geen tentakel naar de buitenwereld, naar wat objectief leeft: de politiek, ecologie, het wereldleed. Het zijn geen spiegels van de wereld.
MJ Je bent als kunstenaar best wel een spons. Je pikt alles op wat er is en dat heeft weer invloed op mijn schilderen. Wat precies, dat is mijn nieuwe gedachte: in hoeverre heeft mijn omgeving invloed op mijn schilderen? Dan bedoel ik echt mijn letterlijke landschap, ook het licht. Het is natuurlijk een uitgekauwd idee van wat licht voor invloed heeft op je schilderen. Dat weet ik voor mezelf echt niet, ik heb altijd in Nederland geschilderd. Hoe zou het zijn als ik andere dingen eet, andere mensen en andere landschappen zie? Ik wil altijd dingen blijven doen die ik nog niet kan. Over drie jaar is het misschien iets anders, maar voor nu ben ik nog lekker bezig.


HVC Voor jou is het allemaal fris. En nu met je solo in Nodenaysteen hoor je veel feedback. Kunst kan je op een website of social media zien, maar het blijft (gelukkig) toch iets waar mensen voor uit hun kot moeten komen en kijken, genieten, – of ambetant worden, mag ook, als we het maar fysiek ervaren. Net zoals je een live concert wil meemaken of een toneelstuk vanuit een rode stoffige stoel wil zien waar het publiek graag het zweet ruikt van de toneelspelers. Blijft het voor jou een kwetsbaar ding als je een opening voor de boeg hebt? Mensen kijken voor het eerst naar je werk en – ervoor of erna – naar jou. (knipoogt) En een oordeel loert altijd om de hoek.
MJ Ik sta er zo erg achter, dat ik er oké mee ben dat als mensen het maar niks vinden, dan doet het tenminste ‘iets’ met hen. “Ik vind het lelijk”, vind ik het ook heel boeiend. Ik was laatst in het S.M.A.K. en ik vond het daar verschrikkelijk. Ook dat hoort bij kunst. Het hoeft niet altijd te behagen, mooi te zijn. Het allerergste zou ik vinden als mensen zeggen: “Ik weet niet wat ik ervan vind.” Nu, als je het helemaal niks vindt, vind ik het eveneens boeiend, want dat zegt zoveel over iemand. Dat vind ik ook leuk in kunstcursussen volgen of geven: niks is fout! Want wat jij vindt en ziet en voelt, is echt puur. Laat niemand je vertellen dat het verkeerd is! Zo ben ik zelf ook te werk gegaan. Als ik blauw en groen samen zie, moet daar voor mijn gevoel iets bij, ik kan het niet uitleggen, maar dat moet en ik stop pas als het voor mij goed voelt. En als iemand anders zegt dat dat niet klopt, dan is dat iets van iemand anders en niet van mij. Bij een portret is dat anders. Dat is technischer.
HVC Chapeau, wat je zegt, het siert je als kunstenaar! Dus zo blijven denken! Het gaat me over het niet-talige, dat wat ons tot zwijgen brengt. Wat je eveneens doet, is spelen met de wereld. Op je expo MEREL nu in Nodenaysteen te Gent – december 25/januari 26 – koos je ervoor om het figuratieve naast het abstracte te hangen. Dat is een bewuste keuze, vermoed ik? Je had ook kunnen kiezen om alleen je – recentere – abstracten te tonen?
MJ Ja, ik wilde ze zo laten zien dat ze allebei ‘hetzelfde’ kunnen zijn. Mijn grootste angst is om weer vastgepind te worden op één stijl. Japanse kunstenaars nemen vaak andere namen aan, zodat ze ook andere dingen kunnen doen. Dat wil ik niet. Daarom vind ik de titel ook zo goed, ‘MEREL’. Ik ben het allemaal en ik kan het volgens mij allebei. Ik vind dat het elkaar ook best wel versterkt. Het hoort op een of andere manier best wel bij elkaar. En ik wil tonen waar ik vandaan kom. Volgens mij zie je ook wel een soort zelfde handschrift.
Een abstract werk vraagt heel veel van de kijker, en een figuratief werk vraagt eigenlijk iets anders, maar ook veel van je. En ik denk dat het samen een soort mooie balans kan geven.
HVC Sowieso vult de kijker 50% van het kunstwerk aan. Pas je je te veel aan, ga je mainstream en dat zijn meestal lukewarm werken.
MJ Ik doe het ook niet om te behagen Ik hoop dat mensen er wat bij voelen en even weg kunnen duiken in mijn wereld.
HVC Gewoonweg verdwalen in het momentum.
MJ Kijken naar wat doet als ze erin verdwalen, zonder te panikeren. Wat is daar en wat voel ik daar? Misschien zijn het ook wel spiegels van wat dat allemaal met jou doet?
HVC Een doordenkertje!
Hilde Van Canneyt
DeNode presents @ Nodenaysteen, Gent: Merel Jansen (NL), Predikherenlei 4, 9000 Gent. Laatste weekend: 10 & 11 januari 26.
https://www.hildevancanneyt.be/

