Eddy stelt tentoon: ‘I even hear the mountains the way they laugh’. Blanco Gent – Coupure Rechts 308, 9000 Gent
Opening: vrijdagavond 25 juli 25. Expo loopt t.e.m. 3 augustus 25
INTERVIEW MET EDDY DE BUF (°1954)
Hilde Van Canneyt (HVC) Beste Eddy, hoe stelt u zichzelf graag voor als mensen vragen wat u doet in het leven?
Eddy De Buf (EDB) Wat ik hoor te antwoorden: beeldend kunstenaar.
HVC Op uw website zag ik sculpturen die u al in 1996 creëerde, alsook twee schilderijen uit 1993. Want op zich begon u eerst te schilderen, maar op uw 43e stopte u abrupt.
EDB Dat klopt.

HVC Even rewind. Hoe bent u in ‘de kunsten’ beland? Ik zag op uw CV dat u zowel etsen als reclameschilderen volgde.
EDB Ik groeide op in Oostende en begon in de reclamewereld te schilderen: eerst met airbrushes, daarna begon ik als ‘kunstenaar’.
HVC Maar hoe beslist u plotsklaps ‘Ik word/ben kunstenaar?’ Wie of wat triggerde u?
EDB Ik kon al heel goed tekenen toen ik klein was. Ik wilde reeds van mijn twaalfde tekenaar worden, nog het liefst striptekenaar. Maar daar had ik geen talent voor, dus gaf ik dat op. Het was bijna dit of beenhouwer worden. Maar ik was als wees in de Visserijschool geplaatst . Van mijn tiende tot vijftiende zat ik daar op internaat.
HVC Hoe bent u achteraf ontsnapt aan die visserijwereld?
EDB Omdat ik zeeziek was. (lacht) Daarom koos ik achter die opleiding voor andere jobs: eerst legerdienst, dan een opleiding in de Bouw, en op mijn zesentwintigste was ik meestergast van een ploeg. In de jaren 80 – ik was 28 jaar – was er crisis in de bouw. Op dat moment kreeg ik een nieuwe vriendin die etalagist was, en ik dacht: reclameschilder past daar wel bij. (lacht) Dus begon ik aan die opleiding. Ik deed ernaast een voorbereidend jaar schilderkunst en daarna volgde ik grafiek bij Roland Devolder. In mijn beginjaren werkte ik vooral in airbrush, in surrealistische stijl, en dat verkocht goed. Dat was in die tijd bijna evenveel als mijn normale maandloon.

HVC Moet ik dat zo zien dat u zonder enige achtergrond in ‘De kunst’ belandde?
EDB Ik ben daar ingerold. Die leraar van reclame schilderen, bevestigde dat ik talent had om te schilderen. Ook op de Academie bevestigde Devolder dat ik beter kon komen schetsen in plaats van verder te doen met reclameschilderen. Toen ik zeventien was, reed ik rond met een triporteur van Laiterie Marcel, een kaas en melkwinkel in de Adolf Buylstraat. Ken je dat? Dat is een bakfiets waarmee ik melk en eieren aan restaurants leverde. Ik kwam uit de visserij en op het land kan je niet gaan vissen. (lacht) In die tijd was ik enorm gefascineerd door Vasarely en Luc Peire. Waar nu de Andromeda is, had je vroeger een groot hotel, LRenommé. Daartegenover – in de Van Iseghemlaan – was een galerie waar ik telkens in het passeren met mijn bakfiets, hedendaagse kunst zag hangen. Dat probeerde ik thuis na te tekenen. Daarna liet ik die vormentaal natuurlijk los. Ik heb altijd getekend, maar artistiek kon je dat niet noemen.
HVC Pas sinds het reclame schilderen begon het allemaal écht te ‘bougeren’.
EDB Ik leerde veel mensen kennen ‘in de branche’. En dan stap je ook al eens een bibliotheek binnen waar je Goya en zo leert kennen.
HVC Waren er in die tijd veel galeries in Oostende?
EDB In het Feestpaleis waren er soms wel interessante tentoonstellingen. Ik zag er Charles Szymkowicz – bekend in die tijd – alsook Picasso, Ensor… Voor mijn 27 jaar had ik al die kunstenaars nog nooit gezien! Zelfs geen Raveel! Door mijn nieuwe relatie geraakte ik mee in de kunstscene. Mijn vriendin had een winkel op de zeedijk en wie regelmatig langs kwam, was Thierry De Cordier met zijn zoontjes Louis en Arthur. En je kent dat: dan begint mijn vrouw te vertellen van ‘mijn vriend tekent ook’ en toon je al eens iets… Ik bezocht ook Antichambre, ging veel naar het vroegere S.M.A.K. in Gent, et cetera.
HVC Wie liep er in die tijd nog rond van kunstenaars? Kende u toen al Luc Martinsen?
EDB Door mijn reclameatelier, kwam ik veel kunstenaars tegen. Er was één café dat veel kunstenaars frequenteerden(herinnert zich de naam niet) en ik hoorde dat er in de Langestraat ateliers te huur stonden, in een voormalige antiekzaak. In die ateliers zat Lucien Gynoth, Luc Martinsen, Lambrechts, een kunstenaar of zes. Daar leerde ik hem kennen, hij is iets ouder dan mij. Ik was ondertussen al ‘serieus’ aan het schilderen. (lacht) Ervoor keek ik nog te veel rond, op zich kende ik geen jota van kunst. Ik zag in de galerie van De Bruyne, Raoul De Keyser en Roger Raveel hangen. Ik moest op heel korte tijd heel veel leren. Ik had een vriend in Mechelen, Van Eeckhout, die enorm gestueel schilderde en daarmee ben ik een maand of drie ‘op toer’ geweest.

HVC Die airbrush werken lagen achter u, wat schilderde u dan?
EDB Ik kan dat moeilijk beschrijven.
(toont wat voorbeelden) Oostende alive, Eerste Zon,… Je spot er ook schriftuur van Luc Martinsen in, met die grove penseelstreken. Maar je kon er even goed Yvan Theys in zien, bijvoorbeeld.(toont me een voorbeeld van een werk waar iemand met een boeket bloemen in de stad loopt)
HVC Ik zie een genre tussen figuratief en abstract, dik in de verf gelegd, met een grote poot geschilderd.
EDB Ik begon met figuratief schilderen ‘als kunstenaar’ in 1988.
HVC U kreeg al snel pers, aan uw oude krantenknipsels te zien…
EDB Dat was pas later. Op een bepaald moment kreeg ik een atelier, gelegen achter het PMMK in Oostende. Zo leerde ik Willy Vandenbussche en andere mensen kennen. Hij vond dat ik een financiële duw nodig had en gaf me de raad om subsidies via de Vlaamse Gemeenschap te vragen: ik begon al grote doeken te maken en die kostten behoorlijk wat om op te zetten. Ik startte met mijn werken te overschilderen om nieuw werk te maken. Ik had ook grote schilderijen overschilderd die wel in the picture kwamen. In die tijd viel ik – weeral door mijn reclame schilderen – op een mecenaat. Hij kocht een schilderij en kon het onmiddellijk vierdubbel verkopen. Dus stelde hij als mecenaat voor, om voor hem schilderijen te maken. Die kwamen of in zijn collectie terecht of hij verkocht ze. We spreken van 1991 tot het jaar 1994.
HVC U was verwend!
EDB Dat ging inderdaad vlot! Je krijgt er door die vrijheid ook een enorme push bij. Ik kreeg tijd om te experimenteren, een enorm fijne tijd! Hij had ook een gebouwtje in Gistel voor mij geregeld waar ik kon werken.
HVC Mocht u intussen ook exposeren in andere galeries?
EDB Ik was daar in die tijd niet mee bezig. Ik was voor mezelf een oeuvre aan het opbouwen.
HVC U ging iedere dag getrouw naar het atelier. U was nog jong, ging daar ook een caféleven rond?
EDB Ik was geen tooghanger, ook geen uitgaander.(lacht) Als ik al eens een pint ging pakken, was dat in Café du Parc. Het is niet dat ik daar ‘contacten’ legde. Ik vroeg af en toe vrienden op mijn atelier, maar geen ‘professionelen’ zoals dat heet. En ik ging veel naar expo’s – Philippe Vandenberg, Marc Maet, de mannen die in die periode mijn leeftijd hadden, maar veel groter waren dan mij. Ze waren echt aan het ‘boomen’, ze stelden ook in het PMMK tentoon.
HVC Herinnert u zich nog expo’s die daar werden gehouden in die tijd?
EDB Modernism in Painting, Jan Cox, Jean Bilquin, Cherry Chamba, Cobra… Al vond ik evengoed mijn ding in het SMAK, omdat het nog progressiever was, met meer installatiekunstenaars enzo. Dat was nog in het MSK, in die halve cirkel. Jan Hoet was er toen al. ‘Die tjoep met vet’ enzo, zag ik daar. (lacht)
HVC Hoe kwam u in Spanje terecht?
EDB Dat was in 93, weeral door die mecenas. Met een hele hoop schilderijen betrok ik er een atelier om er te schilderen. Na enkele maanden keerden we terug. Ik had het gevoel dat mijn werk werd verzameld, maar dat er niks mee gebeurde.
HVC Maar ik vermoed dat u er ook kunstenaars leerde kennen?
EDB Niet echt. Nochtans vond ik het er heerlijk om te werken en wonen. En Spanje lag in die tijd goed in de markt. Je komt er aan met het materiaal dat je hebt en je bent vertrokken…
In Oostende, zat je met heel je verleden. En ik kwam van niks. Trouwens, Luc Martinsen had van die persoon ook een mecenaat gekregen. Hij wilde eigenlijk een roedel maken van Vlaamse kunstenaars die goed bezig waren, wat hij dan wilde uitbouwen. Ik was de eerste en ik stelde Luc voor, zo kreeg hij ook een boost op dat moment, en zo ging dat verder. Maar het is niet helemaal uitgewerkt.
HVC Hoe is er dan een einde aan gekomen?
EDB Ik had er geen voeling meer mee, ik had geen zin meer om te schilderen. Je bent jaren aan het schilderen en er gebeurde niks meer.
HVC Vond hij alles goed wat u maakte?
EDB Op zich wel. Maar ik begon me af te vragen wat ik zat te doen, wilde ook meer installaties maken, en dat was minder zijn ding. Op den duur was het opgebrand.
HVC En toen trok je van Spanje naar Dinant…
EDB Mijn schoonbroer had daar een hotel waar ik kon meewerken. Ik ging vooral veel vissen in de Maas. (lacht) Voor de rest stond mijn leven op pauze.
HVC Miste u de kunst niet?
EDB Nee. Ik volgde wel wat er gebeurde, maar voelde dat ik het schilderen wilde laten voor het was. En na twee jaar verhuisde ik terug naar Oostende, waar ik op een kamerke van een huis dat leegstond, installaties maakte. Ik creëerde multiples van kleine voorwerpen. Als je door de hoeveelheid van de werken er zo verschillende hebt, kan je als het ware deze in een bananendoos vervoeren en er een grote installatie van maken.
HVC Was de dynamiek in Oostende intussen veranderd? Want u was er toch een aantal jaren afwezig.
EDB In het schilderen viel het me op dat iedereen meer de figuratieve weg was ingeslagen; brave schilderijtjes. Ze brachten het schilderij als het ware terug naar de huiskamer. Of ze begonnen in de trend van Luc Tuymans te werken, zonder afbreuk te doen aan zijn werk, want ik zie dat graag. We spreken de jaren 1995-1996. Maar die figuratie-tendens sprak me minder aan.

HVC Wat bricoleerde u specifiek op dat kamertje?
EDB Ik wilde me meer op het conceptuele richten. Cobra duurde ook maar een paar jaar. Idem met kunstenaars Marc Maet en Philippe Vandenberg, dat boomen in dat pakket duurde niet lang, en erna werden het meer individualisten.
HVC En toen ging het leven verder… Werd u opgepikt met uw installaties? Want ‘den Eddy’ was terug.
EDB Ik weet niet of de mensen in de kunst bezig waren met ‘den Eddy’ hoor! (lacht) Maar ik kon wel stap per stap meedoen aan groepstentoonstellingen en kunstmanifestaties. Mijn eerste solo was terug bij De Vrienden van het PMMK,in 2000, in het Straatje zonder Einde. Ik toonde er een installatie met een video. Maar ik spreek over de tijd dat een video nog een ‘cassette’ was. Ik moest zelfs een vriend zoeken die dat kon fixen. Ik had twee voeten gecreëerd in silicone, met twee lichten die flikkerden en er verscheen afwisselend ‘ja’/’nee’, naar een tekst van Albert Camus.
In die periode deed ik ook een aanvraag voor een project met video installaties, maar dat werd geweigerd. Ik combineerde het ook met fotografie. Allemaal met weinig financiële mogelijkheden. Ik werkte wel bij Jetair aan de noodcentrale – zeven dagen werken, zeven dagen thuis. Ik begon in die tijd ook te beeldhouwen.

HVC Rond welke thema’s werkte u? Want ook tekst werd geïntegreerd.
EDB Ik was enorm geïnspireerd door Albert Camus. Thierry De Cordier bracht dat indertijd nog aan. Ik las al de essays, filosofen, ook de Dostojevski’s, en vanuit al die teksten begon ik installaties te maken. Het interesseerde me hoe je in de maatschappij staat, die geslotenheid als individu; of hoe je je ervan onthecht.
HVC Op zich leefde u toch een beetje naast die maatschappij?
EDB Half. Ik kwam van een gesloten internaat, mijn vrouw uit een bourjois familie. Ik lever vooral commentaar op die maatschappij. En ook op de kunst! (lacht)

HVC Kan u daar een voorbeeld van geven?
EDB Heb je dat beeld met die pakjes in de gang zien staan? Ik maakte dat in dat kamertje waarover ik sprak. Ik las kunstartikels in bijvoorbeeld De Witte Raaf en ontwierp er pakjes mee. Die figuur draagt als het ware al die kunstkritiek op zich. Ik ga even utopisch denken: als dat beeld honderd jaar wordt, zullen er veel van die pakjes zijn afgevallen. Elk pakje is ook een doos van pandora, want als je een pakje opent, vernietig je eigenlijk het werk. Zoals Marcel Duchamp ook zo’n werk had. De bedoeling is een metafoor, als alle pakjes vallen, staat die mens in zijn blootje.
HVC Wanneer haalde u de pak klei boven?
EDB Dat was in de eerste plaats goedkoop. Ik had een vriend die klei bakte en zo rolde ik erin.
HVC U was toen een jaar of vijftig, vermoed ik?


EDB Intussen was ik van die kleine kamer terug in een deftig atelier beland van 300m2. Daar maakte ik die eerste manshoge werken. Ik maakte ook bustes. Ik zette er van alles op: ‘Sans l’art, l’homme est ridicule.’ Er zaten ook nog andere kunstenaars: Olivier Pauwels, bekend om zijn robots, Filip Verbrugghe, etc.
HVC Werden die sculpturen opgepikt?
EDB Ja, ik exposeerde ermee in Gent. We spreken 2003. In 2000 deed ik ook mee aan Commentaren in woord en beeld van Galerie Loosveld. Dat was naar aanleiding van een project van Artival waaraan ik participeerde. Ik nam twee keer deel: met een aquarium met een steen in – waarop et moi stond – die in het station van Oostende werd tentoongesteld. De tweede keer was het thema ‘Postkaarten uit Oostende’ en zette ik op de pier vijfhonderd postkaarten op een rij. Ik werd stilletjes aan weer opgepikt en het liep allemaal goed.

HVC Waren dat vondsten die u deed in het momentum dat u aan het werken was?
EDB Ja. En vanuit dat reclameschilderen, was ik het sowieso gewoon om teksten te schilderen.
HVC Noemt u zichzelf een autodidact?
EDB Nja. Voor het creatieve proces heb ik geen opleiding nodig, misschien wel voor de techniek.
HVC En toen was er weer een verhuis: naar de leukste stad van Vlaanderen: Gent! (knipoogt)
EDB Via mijn nieuwe relatie belandde ik inderdaad hier. In het begin hield ik mijn atelier in Oostende. Later kreeg ik een atelier bij Nucleo. Ik was 54 jaar. Al had ik ervoor ook al veel vrienden in het Gentse. Ik geef toe dat ik in alles een gelukzak ben geweest. Het moeilijke leven van een kunstenaar op een zolderkamer, ken ik niet.
HVC U weet ook altijd wat u gaat maken. Ik zit op de co-workingspace naast uw atelier, en ik zie u altijd in de weer met van alles. Daarnaast houdt u er ook van harde rock- en popmuziek uit uw boxen te laten knallen.
EDB Alle projecten ontstaan spontaan in mijn hoofd. Uit het ene werk komt het andere. De laatste twee jaar was ik bezig met het thema The world is a dangerous place. Ik geef commentaar op van alles, kritiek dat op bepaalde momenten ook zeer ridicule is. Al is het serieus onderbouwd. Het ziet er bij momenten simpel en makkelijk uit. Met een eenvoud van werken probeer ik commentaar te geven op de maatschappij.

HVC Op uw website zien we al uw projecten staan. Local projects, On the road,… Bent u bewust bezig geweest met ‘Ik moet een galerie hebben!’?
EDB Eigenlijk niet. Ik had er twee in Duitsland, maar ik hield me er nooit actief mee bezig. In Blanco in Gent – de grote tentoonstellingsruimte van Nucleo – kan ik perfect mijn projecten uitwerken. Ook in kunstmanifestaties kan ik me goed uitleven. Zo had Jan Moeyaert me een paar keer gevraagd in Damme. Ik vind het ook fijn om kunst volledig uit zijn context te tonen. Ik heb een werk met koppen verspreid over heel Europa. Iemand is zelfs met zo’n kop van mij naar het museum getrokken, omdat hij dacht dat het een stuk uit het museum was dat hij in het gras had gevonden. Iemand anders gebruikte die kop zelfs voor Halloween.
Ik heb nu ook een werk getoond onder de noemer Pace.(‘vrede’ in het Italiaans), geïnspireerd op een regenboogvlag. In een tweedehandswinkel kocht ik van elke kleur van die vlag een kledingstuk. Het project bestaat erin dat nummer 1 en 2 voor mezelf zijn – dat toon ik in Blanco en in een galerie – en dat bijvoorbeeld de galeristen, in Zonhoven zélf die kleding in die kleuren kopen en aan de muur hangen. Dan zorg ik dat zij een attest krijgen dat dit werk gebaseerd is op een werk van mij. Als ze het verkopen, gaat de winst naar een goed doel.

HVC Wat met kritiek?
EDB Slechte kritiek kan goed zijn, hé! (lacht)
HVC Wat spreekt mensen aan in uw werk, denkt u? Iemand die op uw website belandt, raakt er niet precies aan uit ‘wat u nu precies maakt’.
EDB Sommige projecten alluderen over commentaar op kunst, andere op de maatschappij, weer andere over hoe ik zelf in de maatschappij sta. Er zijn duidelijk verschillende blokken te vinden in mijn werk.

HVC Ik las dat u ‘herhaling’ belangrijk vindt.
EDB Ik heb wel wat autisme. Maar het is geen maniërisme. Ik ga niet tien keer hetzelfde maken. Maar ik verveel me nooit in mijn werk, ik kan blijven doorgaan. Schetsen doe ik nooit.
HVC Hoe bent u met de jaren geëvolueerd als kunstenaar zijnde?
EDB Niet. Ik voel me goed in mijn vel.
HVC Werken die niet verkocht raken, blijven toch maar in die stock staan, stoort u dat niet?
EDB Ze worden niet slecht, hé! (knipoogt) Ik heb nu zelfs een paar schilderijen van vroeger teruggevraagd, omdat ik ze eens wilde combineren met werk van nu.
HVC Hebt u voorbeelden in de kunst?
EDH Gaf Magritte niet op alles commentaar? Uiteindelijk gaat het daarover. Ik geef geen kritiek. Al mogen het geen goedkope vondstjes worden, ik probeer het gebalanceerd te doen. Vanuit mijn werk zelf zal je het niet altijd verstaan, dat geef ik toe.
HVC Uw werk behoeft wel uitleg.
EDH Ik kan dat wel doen hoor! (lacht) En mijn titels zeggen ook veel.

HVC Wilt u ons een spiegel voorhouden?
EDH Nee, niet echt.
HVC Wanneer voelt u: het werk is ‘af’.
EDH Ik voel dat van mezelf.
HVC Kijkt u soms terug naar de Eddy De Buf die begon met schilderen?
EDH Toch wel. Ik kijk nog altijd – misschien te veel – met de ogen van de jaren 90 naar schilderkunst. Maar ik geniet enorm van hedendaagse kunst. Ik ben al naar Michel François gaan kijken. Rose Wylie die in het SMAK tentoonstelde: schitterend! Ik hou eigenlijk van kunst waar je blij van wordt. Getraumatiseerde kunst is niks voor mij. Al dat lijden… Hoewel, het schilderij met de dood van Marat van Jacques-Louis David dat in Brussel hangt, is wel super schoon. Een andere favoriet is Rebecca Horn. Zij vond ik al goed toen ik begon met schilderen.

HVC Was er een plan B?
EDH Misschien was ik sociaal werker geworden.
HVC Voor u is kunstenaar zijn – in tegenstelling tot andere kunstenaars – net niet op een podium staan.
EDH Maar ik ben wel aanwezig in mijn kunst. Veel mensen vragen me: ‘Je beeldt jezelf veel af in de kunst, ben je misschien een narcist?’ Misschien wel. Maar daar gaat het niet over: ik ken niemand die als model kan fungeren op het moment dat ik iemand nodig heb. Ik ben ook geen goede regisseur. Nu is alles vereenvoudigd natuurlijk, je kan zelfs met je Iphone video’s maken. Ik amuseer me gewoon, het is één speeltuin voor mij. Tegenwoordig koop ik landschapjes in kringloopwinkel, waar ik een installatie mee wil maken onder de noemer “De landschappen uit mijn jeugd.” Als je veertig jaar geleden in een living kwam, hing daar zo’n bombastisch schilderijtje met een idyllisch landschap of zeezicht. Meestal boven de commode. In feite is dat een imaginair landschap van mezelf, maar tegelijkertijd geef ik commentaar op de hedendaagse schilderkunst, te veel van hetzelfde. Schilderkunst moet je kunnen ontroeren, blij maken, er moeten kloten aanhangen!

HVC Groot gelijk! (Van die kloten.) Net als het voor mij de kunst ook een speeltuin is, tenzij ik achter mijn computer zit interviews uit te typen. (knipoogt) En ook ik durf wel eens aan een kunstwerk te hangen – wat not done is. Maar op den duur ben je alleen nog maar de steun- en schaduwpilaar van kunstenaars, vandaar ik er soms over ga.
EDB Als we ons maar amuseren! Zelf ben ik zo vrij als een vogel, ik ben aan niks of niemand gebonden.
HVC Houden zo! Ik ben nog niet helemaal mee met je praktijk, maar dat maakt het alleen maar boeiender.
EDB Die kritiek krijg ik wel meer: ‘Ik versta je werk niet Eddy!’ Waarom moet ik ‘gevat’ kunnen worden? En als ik commentaar krijg, geeft me dat een idee voor een nieuw werk!
HVC Ideaal! En, ah wat, daarvoor is het kunst, Eddy!(knipoogt)
Hilde Van Canneyt, met dank aan Willem Elias voor de opdracht.
Eddy stelt tentoon:
‘I even hear the mountains the way they laugh’
Blanco Gent – Coupure Rechts 308, 9000 Gent
Opening: vrijdagavond 25 juli 25
Expo loopt t.e.m. 3 augustus 25

Één reactie op “Interview met Eddy De Buf”
test bib koekoek