Categorieën
Interview

Interview met Eva Mouton

Interview
met Eva Mouton (1987), Gent, januari/mei 2014 


foto: Anneke D’Hollander

Hilde Van Canneyt: Hallo Eva, ter voorbereiding van het
interview, bekeek ik je website en het is nogal indrukwekkend. Proficiat! Vertel
eens hoe het allemaal begon: van kleuter tot communicant tot puber tot …


Eva Mouton: Mijn vader is
beeldhouwer en vroeger woonden we in een oud klooster, in een gehucht van
Waasmunster. Het ene deel was ons woonhuis, het andere mijn vaders’ atelier. Daarboven
waren nog twee klassen waar de nonnen vroeger lesgaven, en die stonden leeg. Op
een dag kwam de tekenschool vragen of ze die klassen mochten gebruiken. Omdat
mijn zus er ook naartoe ging, mocht ik als kleuter meetekenen, al was ik er te
jong voor. Ook in de lagere school had ik de traditie om na het eten – als mijn
zus vier op een rij begon te spelen met mijn papa – op mijn mama’s schoot te
springen en ‘grapjes’ te tekenen.
Daarna volgde ik verder les
op de tekenschool tot mijn 8 à 9 jaar, in een klein schooltje 100 meter verder.
Nog later ging ik op zaterdag telkens mee met mijn vader naar de Academie van
Mortsel, omdat hij daar beeldhouwles gaf. Ondertussen volgde ik er de
kinderateliers.
Terwijl ik in het DKO leerde
wat verf was, complementaire kleuren, enz… vond ik ondertussen ook verder thuis
plezier in het tekenen: een blad, een stift, stomme grapjes tekenen: meer had
ik niet nodig.
HVC: Wat tijdens het middelbaar: verder Deeltijds
Kunstonderwijs gevolgd?


EM: Neen, tussen mijn 12 en
15 jaar was er een teken-pauze: ik moest studeren “voor de grote school”. Op
mijn 16e ben ik naar de Academie van Sint-Niklaas getrokken. Ik nam
drie keer in de week de trein om te gaan tekenen in de Middelbare graad. De
leraar, Urbain Marin, liet ons doen wat we wilden, maar hij heeft me eigenlijk
leren schilderen. Zo was ik dus duchtig landschappen met olieverf aan het
schilderen. Dat was écht mijn rustpunt in de week.
HVC: Wou je toen al grappige prentjes maken als hoofdjob?

EM: Neen, ik voelde – dat had
ik zo mijn hoofd gestoken – dat ik schilderkunst wilde volgen en zo ben ik
schilderkunst aan Sint-Lucas begonnen bij Lucas Devriendt en Willem Cole. Maar
dat lag me toch niet zo goed: het leek alsof ik plots stress kreeg van het
schilderen. Iedereen zat daar maar rustig te schilderen, maar ineens leek alles
me zo traag te gaan en kon ik niet meer tegen die droogtijden en al dat gedoe.
Alsof ik plots méér te vertellen had. Waardoor ik eigenlijk meer aan het
tekenen en schrijven was, dan aan het schilderen. Die leerkrachten waren ook
heel theoretisch en ik voelde dat het mijn wereld niet meer was. “De
vraagstelling over mijn beeld”, wat wist ik ervan? Ik wilde gewoon schilderen
en de vragen zouden achteraf wel komen. Ik had dus 10/20 op schilderkunst. Zo
van: “We laten je erdoor, maar please,
verander van richting.” (lacht) Vandaar ik dan heb beslist om Vrije grafiek te volgen.
Maar eens ik dat etsen enzo onder de knie had, was het voor mij toch wat te
mak. Je moest je eigen onderzoek starten – ik had zelfs niks om te onderzoeken
– en er waren geen deadlines. Ik herinner me ook dat op de opendeurdag, de
illustrators allemaal toffe kleurrijke dingen maakten in hun schetsboeken. Het
leek wel of ze zich alles mochten permitteren.
Ik kreeg in de lessen meestal
te horen, dat ik heel illustratief was, daarom heb ik in mijn master als
promotor voor illustrator Gerda Dendooven gekozen. Ik voelde dat ik niet wilde
tentoonstellen, maar in de winkels liggen. Ik vertelde haar dat ik eigenlijk
boeken wilde maken en dat vond ze zo grappig, omdat de meeste mensen die in de
illustratie zitten, net vrijer willen leren werken en ik werkte vrij en wilde
net iets anders. Ik wilde écht tekenen met schrijven combineren. 




HVC: Je droom is al uitgekomen, want ondertussen heb je een
eigen boek. Maar op dat moment kwam het niet bij je op dat je illustrator kon
worden?



EM: Neen. Ik voelde dat ik
“in de winkels” wilde liggen. Het interesseerde me niet om tentoonstellingen te
maken, ik wilde leven van mijn tekeningen. Gewoon elke dag kunnen tekenen, meer
wilde ik niet. Ik ben toen met het project ‘Elke dag een tekening’, gestart en zo
heb ik effectief elke dag een tekening gemaakt en gepost op Villanella (een kunstenaarssite
voor jongeren in Antwerpen) en op mijn eigen site. Zo begon ik eerst op klein
formaat: -telkens 6 op 9cm.- een prentje te maken van wat er die dag was
gebeurd.
HVC: Zo begon je dan feedback te krijgen op je werk….
Plots was je student-af. Wat toen?

EM: In april – toen ik nog
studeerde – belde een redactrice van De Standaard me om te vragen of ik een
klein stukje wilde schrijven over de wedstrijd ‘De Kunstbende’, waar ik ook aan
meedeed. Het was een supersmal kolommetje, maar het stond in ‘De Standaard’,
dus ik was supertrots. Die zomer had De Standaard ook een reeks over
muziekfestivals en ze vroegen of ik daar telkens een column wilde over
schrijven en een tekening bij wilde maken. Zo is dat vertrokken. De Standaard
had die zomer ook een reeks over een ‘gevestigde waarde’, die een ‘jong talent’
aankondigde, en Gerda geeft mij toen in de Standaard voorgesteld in een dubbele
pagina. Uit dat interview zijn er dan superveel andere interviews verschenen.
HVC: En toen ging de bal nog meer aan het rollen …
Ik vermoed dat je elke dag in het oog moet houden dat je
praktijk geen kunstje wordt?


EM: Ik voel dat ik meer
ervaring krijg, waardoor je toch gemakkelijker tot iets komt. Het is niet zo
dat ik een roman moet schrijven of een beeld moet maken. Ik moet niet wachten
op inspiratie, ik moet gewoon werken. Oké, ik heb een opdracht en ik moet daar
iets rond verzinnen. Wel, dan moet ik mijn schetsboek nemen en gewoonweg beginnen.
Als ik voel dat het niet lukt, ga ik wel een ommetje maken. 
HVC: Mis je geen collega’s ?


EM: Dat heb ik net opgelost:
ik huur sinds kort met enkele collega’s een atelier. Op het einde van het jaar
maak je altijd eens de afweging van: “Wat kan er beter?” Ik voel dat ik
tevreden ben met mijn situatie: Ik kies mijn uren zelf, ben mijn eigen baas, ik
moet nergens zijn, enz … Ik ben wel iemand die graag thuis zit en mijn ding
doet, maar op den duur word je eenzaam.
HVC: De mensen zien alleen de mooie kant van tekenen, maar ik
vermoed dat het gewoon hard werken is. Heb je een soort voorspel vooraleer je
aan een tekening begint?


EM: Het enige wat je als
tekenaar moet kunnen, is goed met jezelf overweg kunnen om een ganse dag over
een blad gebogen te zitten. Rock-n-roll is dat allemaal niet.
In het begin had ik niet echt
een systeem en begon ik vaak pas om 12u te werken, om er dan ’s nachts mee te
stoppen. Maar ik heb het gevoel dat dat niet goed is. Dat gaat niet: heel de
wereld leeft/werkt eigenlijk tussen 9 en 6. En eigenlijk sta ik al zo ver
buiten die wereld – omdat ik bijna niet buitenkom – dus moet ik zorgen dat ik
toch een beetje binnen dat systeem pas. Wordt er gemaild, verwachten ze wel een
antwoord en omgekeerd. Sinds twee jaar sta ik op, was, kleed en ontbijt ik en
zorg ik dat ik eruit zie “alsof ik naar een werk zou gaan”. Dan zit ik fysiek in
mijn kleren en in mijn job. In de voormiddag doe ik meer mails, telefoons en
boekhouden, en in de namiddag ben ik dan klaar voor ‘het creatieve’. Tegen dat
mijn lief klaar is met koken, zorg ik ervoor dat ik erna niks meer heb te doen.
Soms moet ik eens in het
spitsuur de trein nemen en als ik er dan eens een dag in die ratrace meeloop,
voelt dat gewoon heel raar. Al die mieren: alsof er een hele wereld is buiten
je eigen cocon.
In Knokke-Heist is er een
cartoonfestival en de volgende editie gaat over genetica. Daarvoor werd er een
weekend  georganiseerd, waarvoor ze
vijftien cartoonisten hadden uitgenodigd en vijftien professoren. Zij zeiden:
“Ik had verwacht dat jullie de ganse tijd grappig en extravert zouden zijn.”
Terwijl ik net dacht dat proffen heel introvert zouden zijn. Maar het bleek het
totaal tegenovergestelde te zijn.
HVC: Wanneer voel je dat je creatief in je beste doen bent?
Depressief, blij, een kater, , ruzie met je lief … ?


EM: Vroeger dacht ik moest
toegeven aan mijn emoties. Dat ik bijna labiel moest zijn om te kunnen creëren.
Nu weet ik door ervaring dat dat niet zo is. Ik heb een stabiele basis: ik heb
een goede relatie, ik woon in een tof huis, verdien mijn boterham… Als ik in
een bepaalde gemoedstoestand moet geraken, zet ik gewoon muziek op. Als ik iets
grappig moet tekenen, zet ik eerder iets vrolijk op. Als ik eerder iets
filosofisch of doordacht moet schrijven, ga ik eerder iets monotoon opzetten,
zoals pianomuziek of jazz. Ik probeer die gevoelens op te wekken, zonder er
volledig in te gaan- anders zou ik niet meer functioneren. Ik moet niet meer
over die grens van emoties gaan, om te kunnen creëren. Op Sint Lucas had ik
soms ook periodes dat het donker was in mijn hoofd en ik bijna niet buitenkwam.
Nu heb ik dat gevoel minder en nu functioneer ik veel beter. Ik denk dat ik
voor veel mensen nog altijd een rare manier van leven heb, maar voor mij is dat
heel stabiel. 
 HVC: Wanneer bepaal je dat een tekening ‘af’ is? Door een
derde oog die het ziet?
EM: Bij Eva’s gedacht, stuur
ik mijn illustraties altijd eerst naar mijn lief door. Vervolgens bel ik hem en
stel ik een paar vragen om te kijken of het verhaal klopt en of hij mijn
getekende column begrepen heeft. Voor mij is dat een soort veiligheid die ik
inlas, alvorens ik het naar de krant stuur. Maar op zich vertrouw ik alleen
mezelf. Ik vind iets goed als ik voel dat ik er genoeg aan heb gewerkt en alles
‘klopt’. Hoe dat dan moet kloppen? Dat gaat over kleur, evenwicht,
gezichtsuitdrukkingen… Soms koppelt de clou nog niet genoeg terug naar het
begin van de tekening… 





HVC: Hoe lang zit je gemiddeld aan zo’n getekende column.

EM: Vroeger werkte ik er
gemakkelijk twee à drie dagen aan Eva’s gedacht, maar nu trek ik er één dag
voor uit. Mijn column moet op donderdag binnen zijn en daar begin ik op dinsdag
aan. Zou ik dat op maandag inplannen, zou ik al op zondagavond al liggen
stressen en piekeren over een onderwerp. Op maandagavond weet ik dan al wat ik
ga maken, zodat ik op dinsdagmorgen erin kan vliegen.
HVC: Je ‘thema’, zou je dat onder de noemer ‘psychologie’
kunnen brengen? Wil je de lezer inzichten brengen of hen iets doen bijleren of …
?


EM: Ik post mijn column wel
op FB en op mijn website, maar ik denk eigenlijk nooit aan mijn publiek. Ik
maak mijn columns niet om mensen aan het lachen te brengen of te tonen hoe
onzeker ze zijn – of ik ben op bepaalde vlakken. Ik denk vooral aan wat er de
afgelopen week is gebeurd en daar probeer ik iets rond te maken dat enigszins
grappig is. Politiek en zware dingen: daar houd ik me van weg. Voor mij is het
gewoon een middel om te communiceren en zijn al mijn werken middelen om ‘te
praten’, iets waar ik eigenlijk niet zo goed in ben. Ik ben op zich ook
verlegen en slecht in verhalen vertellen. ‘Eva’s gedacht’ is vooral: je maakt
iets mee, je denkt daar over, je verzint er eventueel iets bij en je zet dat op
papier. Je puurt je verhaal uit tot iets waar je over kunt communiceren.
HVC: What is the nicest part of the
job als ‘illustrator’?


EM: Elke dag kunnen tekenen.
Mijn zwakste punt als illustrator? Ik heb nogal moeite om me lange tijd op één
ding te concentreren. Ik ben behoorlijk snel verveeld. Vandaar dat het goed is
dat ik met allemaal verschillende dingen bezig ben, elke dag is anders.




HVC: Is er bij illustratoren ook een soort fijne koord waar
je op moet balanceren – zoals in de kunstwereld – om je integriteit te
behouden?



EM: Je hebt illustratoren die
één boek per jaar illustreren en die daar dan prijzen mee winnen en je hebt
illustratoren die voor studio 100 werken of cartoonisten, enz. Ik kijk wel op
naar mensen die zo een jaar aan een boek werken, en ik kan mij voorstellen dat
zij vinden dat ik te commercieel ben. Maar eigenlijk trek ik me dat allemaal
niet aan. Voor mij is het belangrijk dat ik een opdracht voor mezelf kan
verantwoorden. Toch probeer ik voor ‘Eva’s gedacht’ mijn integriteit te
behouden en kijk ik wel uit welke opdrachten ik aanvaard en welke niet.
HVC: Eigenlijk sta je elke week op een podium. Krijg je soms
negatieve kritiek?


EM: Als ik kijk naar de
reacties, is 85% goed, en dan zijn er natuurlijk af en toe een paar zure beren.
Hoe kan je nu aanstoot nemen op iemand die tijdens de dag tijd maakt om zijn
gal te spuwen. Dan moet je toch al ver zitten? Dan denk ik gewoon: “Doe iets
nuttig!” Maar geargumenteerde kritiek is waardevol, omdat die kritiek geeft op
basis van argumenten. Maar ik kan die ook wel weerleggen. Omdat ik zelf wel
weet dat ik niet lui ben of niks aan het uitmelken ben.
HVC: Wat heb jij méér dan anderen die ook schrijftekenen?

EM: Ik denk dat mijn sterkte
mijn taal is. Ik zorg er altijd voor dat ik eerst een goed verhaal heb dat
helemaal klopt. Het ritme moet goed zitten of mijn laatste zinneke heeft een
goede eindrijm op de vorige zin, enz. Ik sta daar heel hard bij stil. Misschien
zijn andere schrijftekenaars daar wat slordiger in of zijn ze minder
taalgevoelig.
HVC: Is het toch elke dag een beetje een strijd achter je
tekentafel?


EM: Ja natuurlijk. En het
moet ook altijd een beetje doorwrocht en doorwerkt zijn.
Sommige mensen vragen mij:”
Maak jij er dan zo tien en stuur jij die dan ineens voor tien weken naar De
Standaard? Maar zo werkt dat niet. Elke week is dat toch op een of andere
manier weer van nul beginnen. Het is niet zo gemakkelijk als het lijkt, want je
moet toch ook altijd inhoud brengen. Ik vind niet dat dat vrijblijvend mag
zijn.
Iemand van Woestijnvis zei ooit: “Wij gaan verder waar de
anderen stoppen.” Een zin die ik altijd heb onthouden.”
Wat doe je als je niet aan het tekenen bent?

EM: Ik ben met yoga begonnen.
Omdat ik constant achter mijn bureau zit, heb ik geen beweging – ik ben kortom
een stijve hark – en ik doe dat ook om tot rust te komen. Mijn oma zegt dat je
er veel meer wilskracht van krijgt en je je er beter door kan concentreren. Ik
en ik moet doseren. Ik wil me niet meer alleen op het werk storten, maar ook
mijn lichaam en geest verzorgen. Ik wil mijn bron ook niet uitputten. Deze
kerstvakantie heb ik voor het eerst sinds lang niet getekend en verplichtte ik
me om te gaan wandelen.
HVC: Zuurstof voor de hersenen.
Inspireert film, muziek of boeken je?

EM: Ik lees wel veel: vooral
romans en graphic novels. En ‘s morgens ‘De Standaard’ natuurlijk.
HVC: Heb je helden?

EM: Ik heb zeker mensen die
me inspireren. Onder andere Annie MG Schmidt. Ik heb daar een hele mooie
biografie over gelezen van Annejet van der Zijl. Ze was zo’n vreemd figuur. Ze
heeft zoveel verhalen voor kinderen geschreven, maar als mensen haar vroegen:
“Hou je van kinderen?”, zei ze: “Het is nu niet dat ik ze een schop wil verkopen,
maar graag zien… “ Roald Dahl: ook een gigantisch goede verteller. Zelfs zijn
verhalen voor volwassenen zijn geschift. Je zou bijna denken dat hij een zieke
geest heeft. Ook de teksten van Spinvis zijn een bron van inspiratie. Ook Chris
Ware, een Amerikaanse tekenaar en schrijver, die heel toffe graphic novels
maakt. Hij maakt soms een verhaal over één persoon van geboorte tot dood, in
allemaal kleine vakjes. Dit op een heel afgewerkte symmetrische stijl, maar
toch zit er nog veel leven in.
HVC: Wat als je geen cartoons meer zou kunnen tekenen?

EM: Ik doe vrij veel. Ik denk
dat ik altijd op mijn pootjes zal terecht vallen, omdat ik een heel brede
interesse heb. Er zijn veel dingen waar ik me volledig voor kan smijten. Ik
droom ook al van kleinsaf van een ijsjesbar, dus er is nog hoop… (lacht)
HVC: Waarom wordt jij geen kunstenaar genoemd?
Hoewel, jullie zijn de negende kunst …

EM: Vroeger wilde ik eerst in
het hokje kunstenaar thuishoren, dan het hokje schilder, nu het hokje tekenaar.
Maar ben ik dan illustrator of tekenaar? En binnen de illustrators, ben ik dan
cartoonist of…? Maar ik zie het niet meer zo. Voor mij mogen mensen mij noemen
zoals ze willen. Ik zeg altijd dat ik dingen teken, schrijf en maak.
Als ik kijk naar Craig
Thompson of Chris Ware, mensen die graphic novels maken, zijn dat voor mij de
grootste kunstenaars. 


HVC: Als je er de tijd voor zou hebben, want zou je nog graag
in het Deeltijds kunstonderwijs volgen?



EM: Ik zou graag terug
modeltekenen volgen: de sfeer, het model, de rust en stilte die in zo’n atelier
hangt: ik heb die combinatie eigenlijk altijd magisch gevonden. Je leert er
vooral echt kijken. Je moet er echt de ogen trainen: hoe ziet een gedraaide
schouder eruit? Wat is een verkorting? Hoe geef ik die houding meer kracht? Op
welk been steunt dat model nu eigenlijk? Zeer interessant, vind ik.
HVC: Wat zou nog een grote droom zijn?

EM: Ik wil eens een bodem van
een zwembad betekenen. Ik zwem graag en er is nooit iets te zien op de
zwembadbodem, wat toch maar saai is.
HVC: Hoeveel kost me dat als je op
een bierkaartje een ‘Hilde –tekeningetje’ maakt?


EM:
Als we gewoon op café zitten, ga ik dat gewoon tekenen en zal ik daar niks voor
vragen. Als organisaties me vragen om dingen te tekenen, zonder ik er iets voor
krijg, zeg ik: “Zoekt u iemand anders.” Dat is het verschil.


Hilde
Van Canneyt, copyright 2014
Twitter
& Instagram: @Eva_Mouton
Facebook:
Eva Mouton

portretfoto: 

De ingekorte versie van het interview verscheen ook in het tijdschrift van het DKO dACADEMIE
Op het einde van het schooljaar zijn we er met een vers tijdschrift, te vinden in (bijna) alle academies voor beeldende kunst.  

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.